Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

In de Kadernota 2023 staan richtlijnen en uitgangspunten voor de verhoging van belastingen en belastingtarieven. De belastingtarieven voor 2023 berekenen we door het tarief van 2022 te verhogen met het inflatiepercentage van 1,8%. Met de Kadernota 2023, begrotingsrichtlijnen, zijn de benodigde percentages vastgesteld.
Het inflatiepercentage geldt voor de volgende belastingsoorten:

• Toeristenbelasting
• Forensenbelasting
• Parkeerbelasting
• Marktgelden
• Lijkbezorging
• Precariobelasting
• Reclamebelasting
• Leges;  In deze begroting zijn we uitgegaan van de huidige legesverordening geïndexeerd met 1,8%. In november wordt duidelijk of de Omgevingswet in werking treedt op 1 januari 2023. Er wordt dan een nieuwe legesverordening vastgesteld die voldoet aan de Omgevingswet. Deze nieuwe verordening wordt aan de raad aangeboden inclusief een overzicht van de financiële consequenties en een gewijzigde kostenonderbouwing lokale heffingen. 

 

Voor een aantal belastingen is de tarief berekening anders. De uitleg volgt hieronder. In de raadsvergadering van november 2022 stelt de gemeenteraad de belastingverordeningen 2023 vast.

Havengelden

In 2021 zijn de tarieven voor havengeld aangepast, zodat ze voor alle vijf gemeenten, die deelnemen in het Havenbedrijf, gelijk zijn. Het bestuurlijk Havenoverleg heeft voor 2023 besloten voor alle gemeenten het tarief met 2,7% te verhogen.

Rioolheffing

Op 22 maart 2021 stelde de raad het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025’ (GRP) vast. Dit GRP bevriest de rioolheffing de komende 4 jaar. Het tarief voor 2023 blijft  € 332,66 bij een verbruik tot 350 m3 per jaar.

 

Overzicht rioolheffing eigenaar en gebruiker per huishouden

 

Werkelijk

Prognose

 

2019

2020

2021

2022

2023

Rioolheffing <350 m3 eigenaar

318

325

333

333

333

Rioolheffing <350 m3 gebruiker

318

325

333

333

333

Afvalstoffenheffing

De kosten voor het inzamelen, afvoeren en verwerken van huishoudelijk afval en grondstoffen betalen wij uit de inkomsten van de afvalstoffenheffing. Deze heffing per huishouden bestaat uit twee onderdelen:

1. Vastrecht; Dit tarief valt ongeveer € 17 hoger uit dan in 2022. In 2022 hebben wij het positieve saldo van 2020 en 2021 (€ 245.000) teruggegeven aan de inwoners via het vastrecht. Dit was een eenmalige teruggave, waardoor het vastrecht in 2022 wat lager was. Voor 2023 hebben we in de berekening van het tarief rekening gehouden met een onttrekking uit de reserve van € 150.000. 
 
2. Gedifferentieerd tarief (diftar); Huishoudens bieden zelf restafval en GFT aan om op te halen. Hoe vaker zij dit doen, hoe hoger de kosten. Dit geldt voor minicontainers en voor verzamelcontainers. De verwachting van het aantal aanbiedingen bepaalt het tarief voor 2023. De variabele tarieven hebben wij sinds 2020 niet meer verhoogd. Wij verhoogden de variabele tarieven 2023 volgens de index zoals die in de kadernota voor het verhogen van de tarieven is vastgesteld (1,8%)

 

De tarieven voor 2023 zijn: 
Vastrecht      € 151,98

Diftar; per aanbieding: 
REST minicontainer   € 8,96
REST verzamelcontainer € 2,55
GFT minicontainer   € 2,55
GFT verzamelcontainer € 0,71

 

Overzicht afvalstoffenheffing eigenaar en gebruiker per huishouden

 

Werkelijk

Prognose

 

2019

2020

2021

2022

2023

Afvalstoffenheffing eigenaar²

208

248

232

232

241

Afvalstoffenheffing gebruiker²

208

248

232

232

241

²) De afvalstoffenheffing wordt berekend op basis van het verwachte gemiddelde aantal ledigingen per huishouden van de containers plus het vastrecht. 7,5 aanbiedingen minicontainers REST afval en 8,7 aanbiedingen minicontainers GFT afval.

 

Onroerende zaakbelasting (OZB)

Wij verhogen de opbrengsten van de onroerend zaakbelastingen (OZB) 2023 met de inflatiecorrectie van 1,8% ten opzichte van 2022. 
Wij berekenen de OZB tarieven aan de hand van de opbrengsten en de verwachte totale WOZ waarde. De gemiddelde WOZ waarde 2023 is € 440.590, dat is een waarde stijging van 23%.  De woz waarde wordt bepaald door de marktwaarde in de periode rondom de waarde peildatum.  Waardepeildatum voor de WOZ waarde 2023 is 01-01-2022. 

De tarieven voor 2023 zijn:

OZB Eigenaren Woningen    0,0628 %
OZB Eigenaren Niet Woningen   0,1333%
OZB Gebruikers Niet Woningen  0,1153%

 

 WOZ waarde
 

Werkelijk

Prognose

 

2019

2020

2021

2022

2023

Gemiddelde WOZ waarde woning (Bedragen x € 1.000)

303

325

357

356

441

 

 

OZB eigenaar

 

Werkelijk

Prognose

 

2019

2020

2021

2022

2023

OZB eigenaar ¹

261

280

298

270

277

¹) Voor 2023 is de gemiddelde WOZ-waarde voor een woning een prognose en daardoor de OZB eigenaar ook. De uitkomsten van de herwaardering bepalen de definitieve waarden.

 

Kwijtscheldingsbeleid

Alleen voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB woningen is het mogelijk om kwijtschelding aan te vragen. Bij een inkomen op bijstandsniveau en een minimaal vermogen, kennen we dit toe. 
In 2023 staat € 275.000 begroot voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Lokale lastendruk

Opmerking vooraf: 
De gemiddelde WOZ waarde in tabel 1.1 kan afwijken van de indicator Gemiddelde WOZ waarde (tabel 1.2 Indicatoren). De bron voor de indicator is het COELO en waarstaatjegemeente.nl (CBS). 
Tribuut berekend de actuele WOZ waarde. En neemt daarbij ook de herwaarderingen mee, bijvoorbeeld door bezwaren. Deze actuele WOZ waarde staat in tabel 1.1 lokale lastendruk.

Tabel 1.1 Totaaloverzicht lokale lastendruk

Lokale lastendruk

 

 

Werkelijk Prognose

 

2019

2020

2021

2022

2023

Gemiddelde WOZ waarde woning (bedragen x € 1.000)

303

325

357

356

441


Overzicht lastendruk eigenaar en gebruiker per huishouden



 

Werkelijk

Prognose

 

2019

2020

2021

2022

2023

OZB eigenaar ¹

261

280

298

270

277

Afvalstoffenheffing²

200

264

264

232

241

Rioolheffing <350 m3

318

325

333

333

333

Totaal

778

870

894

835

851


Overzicht lastendruk gebruiker per huishouden



 

2019

2020

2021

2022

2023

Afvalstoffenheffing²

200

264

264

232

241

Rioolheffing <350 m3

318

325

333

333

333

Totaal

518

590

596

565

574

¹) Voor 2023 is de gemiddelde WOZ-waarde voor een woning een prognose en daardoor de OZB eigenaar ook. De uitkomsten van de herwaardering bepalen de definitieve waarden. 

²) We berekenen de afvalstoffenheffing op basis van het verwachte gemiddelde aantal ledigingen per huishouden van de containers plus het vastrecht. 7,5 aanbiedingen minicontainers REST afval en 8,7 aanbiedingen minicontainers GFT afval.

Tabel 1.2 Indicatoren


Indicator

2019

2020

2021

2022

Gemiddelde WOZ-waarde woning³ (Bedragen x € 1.000)

307

328

342

 

 

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden

762

845

861

865

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

830

906

919

932

Het overzicht lastendruk is een verplichte indicator vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording. De informatiebron is voor de gemeentelijke woonlasten het COELO en waarstaatjegemeente.nl (CBS). 
³) De gegevens van het CBS zijn voor de jaren 2020 en 2021 voorlopig. De gegevens zijn pas na 3 jaar definitief.  De WOZ waarde voor 2022 is nog niet bekend op waarstaatjegemeente.nl. 

Begrote lokale heffingen

  Bedragen x € 1.000
  Werkelijk Begroting Begroting Meerjarenbegroting
Omschrijving 2021 2022 2023 2024 2025 2026
Forensenbelasting 218 191 220 220 220 220
OZB eigenaren niet-woningen 966 947 961 961 961 961
OZB eigenaren woningen 4.289 4.265 4.325 4.325 4.325 4.325
OZB gebruikers niet-woningen 687 672 681 681 681 681
Toeristenbelasting 830 736 747 747 747 747
Totaal Lokale heffingen 6.990 6.811 6.934 6.934 6.934 6.934

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding
Het weerstandsvermogen geeft de mate van de financiële robuustheid van de gemeente aan. Het weerstandsvermogen bepalen wij door de relatie te leggen tussen de middelen die beschikbaar zijn om de risico's financieel af te dekken (de beschikbare weerstandscapaciteit) en de financieel gekwantificeerde risico's (de benodigde weerstandscapaciteit).
Daarnaast geven we inzicht in de mutaties reserves en omvang van de vrij besteedbare algemene reserve.

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Lochem bestaat uit:
a. Exploitatie (structurele bronnen) bestaande uit:

  • begrotingspost onvoorzien
  • onbenutte belastingcapaciteit

b. Eigen vermogen (incidentele bron) bestaande uit:

  • algemene reserve

Weerstandscapaciteit begroting 2023

Bedrag

Onvoorzien

         5.000

Onbenutte belastingcapaciteit*

  8.648.000

Totaal structureel

8.653.000

* De onbenutte belastingcapaciteit, onderdeel OZB, heeft betrekking op de mogelijkheid de OZB tarieven te verhogen. Wij nemen als uitgangspunt de door het Rijk gehanteerde artikel 12 norm van 0,1729% van de WOZ waarde (meicirculaire 2022). Het verschil tussen artikel 12 norm en de OZB tarieven die wij in 2023 en volgende jaren heffen is de onbenutte belastingcapaciteit. Doordat we bij de rioolheffing en de afvalstoffenheffing uitgaan van 100% kostendekking is daar geen sprake van onbenutte capaciteit. 

 

Weerstandscapaciteit begroting 2023

Bedrag

Algemene reserve*

30.757.000

Totaal incidenteel

30.757.000

* De stand per 31 december 2026 is de werkelijke stand per 1 januari 2022 vermeerderd met de geraamde mutaties t/m 2026.
Inclusief raadsbesluiten tot en met de raad van 6 september 2022, bestuursrapportage 2022, het terugdraaien onttrekking AR begrotingstekort begroting 2021 (boekjaar 2022), en mutaties grondexploitaties begroting 2023 (verliesvoorzieningen en winstnemingen). 

 

Risicomatrix
Op basis van de inschatting van het risico stellen wij een risicomatrix op. Hiermee geven wij een overall inzicht in omvang en kans waarop het risico zich kan voordoen.

Omvang risico

Enorm              
> 1.000.000

 

 

 

 

 

Substantieel
250.000-1.000.000

6 - 8 3 - 4 - 18 1 - 7 - 13 - 17 - 19    

Matig    
100.000-250.000

  9 15 2 - 5 - 20  

Gering    
50.000-100.000

  11 22 10  

Minimaal          
0-50.000

         

 

Onwaarschijnlijk
0-20%

Mogelijk      
20-40%

Aannemelijk  
40-60%

Waarschijnlijk
60-80%

Zeer waarschijnlijk 
80-100%

Kans risico

 

Toelichting structurele risico’s

Nieuwe structurele risico's

Toelichting structurele risico's - corona

Totaal nettobedrag structurele risico’s

Toelichting incidentele risico's

Toelichting incidentele risico's - corona

Nieuwe incidentele risico's

Totaal nettobedrag incidentele risico’s

Om makkelijk te beoordelen en vergelijken werken wij met een ratio weerstandsvermogen
Dit is een getal dat laat zien of wij voldoende financiële reserves hebben om risico’s op te vangen. Wij maken onderscheid in structureel en incidenteel. Bij de structurele ratio delen we het bedrag voor onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit door de som van de structurele risico’s. Bij de incidentele ratio delen wij het vrij besteedbaar deel van de algemene reserve door de som van de incidentele risico’s. Onderstaand geven wij de berekening van de ratio:

Ratio structureel weerstandvermogen:

8.653.000    =    5,0
1.720.900        

Ratio incidenteel weerstandsvermogen:

30.757.000    =    15,8
   1.945.600        

 

Ons weerstandsvermogen 
Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen, gebruiken wij de volgende beoordelingstabel:

Beoordelingstabel weerstandsvermogen

Schaal

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Bron: De beoordelingstabel weerstandsvermogen is opgesteld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR).


Het structurele weerstandsvermogen is 5,0 en valt in schaal A en is uitstekend.
Ten opzichte van de jaarrekening 2021 neemt de ratio voor het structurele weerstandsvermogen toe van 4,2 naar 5,0. De hogere ratio komt met name doordat de structurele weerstandscapaciteit is toegenomen. Dit betreft de stijging van de onbenutte belastingcapaciteit als gevolg van de gestegen WOZ-waarde en de verwachte toename van het aantal woningen de komende jaren.

Het incidentele weerstandsvermogen is 15,8 en valt in schaal A en is uitstekend.
Ten opzichte van de jaarrekening 2021 neemt de ratio voor het incidentele weerstandsvermogen toe van 14,1 naar 15,8. De hogere ratio komt met name door een stijging van de algemene reserve met € 4,8 miljoen. Dit betreft met name het jaarrekeningresultaat 2021 minus de over te hevelen budgetten naar 2022.

Naast de risico’s en de ratio’s van het weerstandsvermogen, gaan wij in deze paragraaf in op de ontwikkeling van de algemene reserve. Onderstaand overzicht geeft de omvang van de algemene reserve in de jaren 2017 – 2026. Het verwachte saldo van € 30.757.000 in 2026 is de grondslag voor de berekening van het ratio incidentele weerstandsvermogen.

Omvang van de algemene reserve:

Overzicht verloop algemene reserve 2017-2026
Bedragen in €

Stand 31-12-2016

Toevoeging 
Onttrekking

Stand 31-12-2017

Toevoeging
Onttrekking

Stand 31-12-2018

Toevoeging
Onttrekking

Stand 31-12-2019

Toevoeging
Onttrekking

Stand 31-12-2020

Toevoeging
Onttrekking

Stand 31-12-2021

Toevoeging
Onttrekking

Stand 31-12-2022

Toevoeging
Onttrekking

Stand 31-12-2023

Toevoeging
Onttrekking

Stand 31-12-2024

Toevoeging
Onttrekking

Stand 31-12-2025

Toevoeging
Onttrekking

 17.353.000
---------------
1.695.000
-5.078.000
______________
13.970.000
---------------
7.245.000
-4.367.000
______________
16.848.000
---------------
2.480.000
-1.400.500
______________
17.927.500
---------------
7.274.000
-937.500
______________
24.264.000
---------------
6.868.000
-2.379.000
______________
28.753.000
---------------
5.506.000
-2.626.000
______________
31.633.000
---------------
462.000
-1.374.000
______________
30.721.000
---------------
147.000
-378.000
______________
30.490.000
---------------
116.000
-
______________
30.606.000
---------------
151.000
-

Werkelijk




Werkelijk




Werkelijk




Werkelijk




Werkelijk




Werkelijk




Raming




Raming




Raming

 

 

Raming

Stand 31-12-2026 30.757.000 Raming
Inclusief bestuursrapportage 2022, het terugdraaien onttrekking AR begrotingstekort begroting 2021 (boekjaar 2022) en mutaties grondexploitaties begroting 2023 (verliesvoorzieningen en winstnemingen).


Algemene reserve

Met een geschatte algemene reserve van € 30,8 miljoen is de incidentele weerstandscapaciteit robuust te noemen. Dit zien we ook terug in de ratio van het incidentele weerstandsvermogen. Deze ratio is met 15,8 uitstekend. De gunstige stand van de reserve biedt ons de mogelijkheid om tekorten op te vangen.

Onderstaande specificatie maakt inzichtelijk welke raadsbesluiten ten grondslag liggen aan de onttrekkingen en toevoegingen binnen de algemene reserve.

Bedragen in €
Specificatie mutaties algemene reserve
Onttrekkingen raadsbesluit 2023 2024 2025 2026
Kadernota 2021 (motie 3.3 sport, bewegen en leefstijl) 6-7-2020 63.000
Nieuwbouw scholen Laren (afwaarderen boekwaarde) 7-9-2020 75.000
Begroting 2021 (begrotingstekort) 9-11-2020 827.000 278.000
Kadernota 2022 (overheveling budgetten) 5-7-2021 107.000
Kadernota 2022 (amendement innovatiebudget klimaatneutraliteit 5-7-2021 20.000
Begroting 2022 - amendement preventienota uitvoeren 15-11-2021 100.000 100.000
Kadernota 2023 (vervallen bijdrage JOGG) 4-7-2022 -10.000
Bestuursrapportage 2022 (overheveling budgetten) 3-10-2022 192.000
TOTAAL 1.374.000 378.000 - -
Toevoegingen raadsbesluit 2023 2024 2025 2026
Bestuursrapportage 2018 (winsten grondexploitaties) 15-10-2018 368.000
Bestuursrapportage 2020 (winsten grondexploitaties) 5-10-2020 556.000
Kadernota 2022 (overheveling budgetten) 5-7-2021 22.000
Bestuursrapportage 2021 (winsten grondexploitaties) 4-10-2021 26.000
Bestuursrapportage 2022 (winsten grondexploitaties) 3-10-2022 -779.000 112.000 71.000 73.000
Begroting 2023 (winsten grondexploitaties) 14-11-2022 291.000 13.000 45.000 78.000
TOTAAL 462.000 147.000 116.000 151.000
Saldo 912.000 231.000 -116.000 -151.000

Inclusief bestuursrapportage 2022, terugdraaien onttrekking AR begrotingstekort begroting 2021 (boekjaar 2022) en mutaties grondexploitaties begroting 2023 (verliesvoorzieningen en winstnemingen).

 

Financiële kengetallen maken de financiële positie inzichtelijker
In deze paragraaf geven wij een overzicht van financiële kengetallen. Met kengetallen is het mogelijk om een indicatie te geven van de ontwikkeling ten opzichte van het verleden en voor de toekomst. Tevens geven kengetallen een nadere duiding van de huidige financiële positie. Doordat alle gemeenten de kengetallen op dezelfde wijze berekenen, zijn de gemeenten onderling vergelijkbaar.

Kengetallen: Jaarrekening Begroting Begroting Norm Meerjarenbegroting
2021 2022 2023 2024 2025 2026
netto schuldquote 3% 15% 34% A 29% 22% 17%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen -5% 8% 27% A 22% 15% 9%
solvabiliteitsratio 54% 51% 45% B 47% 52% 54%
structurele exploitatieruimte 6% 3% 4% A 5% 7% 4%
grondexploitatie 12% 12% 15% A 13% 10% 7%
belastingcapaciteit 115% 103% 94% A 94% 94% 94%

Toelichting financiële ratio's

De berekening van de financiële kengetallen is inclusief de Bestuursrapportage 2022 en mutaties Begroting 2023 .
De financiële kengetallen in de kolom begroting 2022 wijken af van de kengetallen zoals we opnamen in de Begroting 2022, jaarschijf 2022. We werken in bovenstaande tabel met actuelere cijfers voor 2022.


Beoordeling en toelichting kengetallen

De afzonderlijke financiële kengetallen zeggen nog weinig over hoe de financiële positie van de gemeente is. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie. Dat is afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. De kengetallen bekijk je altijd in samenhang en ten opzichte van een normenkader. Hieronder lichten wij de kengetallen toe.

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De stijging van de schuldquote in 2023 ten opzichte van de jaarschijf 2022 komt met name door het investeringsplan. Voor de verwachte investeringen die we de komende tijd uitvoeren trekken we een langlopende lening van € 15 miljoen aan in 2023.

 

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin wij in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteit blijft de komende jaren stabiel.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. De daling van dit kengetal komt met name doordat we de komende jaren veel grondverkopen verwachten. Dit kengetal berekenen we op balansgegevens per nu. Op het moment dat de gemeenteraad een grondexploitatieopzet vaststelt, mogen we de financiële gevolgen meenemen in de berekening van dit kengetal.

Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage. Het tarief voor rioolheffing en afvalstoffenheffing is bij ons 100% kostendekkend. Er is nog ruimte om het OZB tarief te verhogen (onbenutte belastingcapaciteit). Doordat onze tarieven beperkt stijgen in 2023 (€ 851), maar het landelijk gemiddelde over 2022 (t-1) fors hoger is dan de jaren daarvoor (€ 904), zitten we onder het landelijk gemiddelde.

Normering
Om goed invulling te geven aan de waarde van deze financiële kengetallen is een normenkader van belang. We sluiten aan bij de signaleringswaarden van de provincie Gelderland.

Signaleringswaarden kengetallen provincie Gelderland

Kengetallen Provincie Gelderland 7-10-2015
Signaleringswaarden stresstest 100.000+ gemeenten
  Categorie A
Minst risicovol
Categorie B Categorie C
meest risicovol
Netto schuldquote < 90% 90 - 130% > 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen < 90% 90 - 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20%
Structurele exploitatieruimte Begr. en MJR
> 0%
Begr. of MJR
> 0%
Begr. en MJR
< 0%
Grondexploitatie < 20% 20 - 35% > 35%
Belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105%

In bovenstaande tabel staan de signaleringswaarden die de provincie Gelderland als normenkader hanteert. Aan deze categorieën is geen directe kwalificatie gegeven.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Het beleid van het onderhoud van kapitaalgoederen maken we inzichtelijk door de (meerjaren) beheerplannen en het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte. De plannen beschrijven de huidige en gewenste staat van onderhoud. En hoe deze te bereiken dan wel te handhaven is en wat de benodigde financiële middelen zijn. De beleidsuitgangspunten zijn in het algemeen niet veranderd, maar er zijn wel ontwikkelingen.

De inzet van Circulus, die het beheer en onderhoud van de openbare ruimte voor ons uitvoert, is randvoorwaardelijk voor een goede invulling in 2023. Hierover zijn zorgen door een groot verloop onder medewerkers.

In februari 2019 is het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte vastgesteld door de gemeenteraad. Dit plan legt de kaders voor het sturen op beeldkwaliteit van de openbare ruimte vast en laat zien welke beheerkwaliteit binnen de beschikbare budgetten mogelijk is. De raad besloot voor het gehele grondgebied te kiezen voor het kerngerichte thema “Spelen, bewegen en ontmoeten”.  Omdat elke kern in de gemeente verschillend is, rollen we, in overleg met de dorpsraden en de inwoners, kerngericht werken verder uit in 2023. Ook vinden we dat inwoners (mede) verantwoordelijk zijn voor hun buurt. In 2022 startten we met het uitrollen van kerngericht werken in Eefde.
 
Bij de kerngerichte uitwerkingen geven we de ambities voor de verduurzaming voor het beheer van de openbare ruimte mee. We geven betrokken partijen als opgave mee om een keuze te maken tussen onderhoud en duurzame oplossingen. Op sommige plekken past ecologisch bermbeheer of kan blad bijvoorbeeld langer blijven liggen. We stellen vragen over de plekken die al dan niet worden verlicht en over de mogelijkheden om de openbare ruimte klimaatbestendiger te maken. Ook spelen we in op biodiversiteit. Samenvattend hanteren we de volgende basisregels:

  • altijd een bepaald basiskwaliteitsniveau;
  • maatwerk in beheer;
  • financieel kader;
  • werkbaar in de uitvoering;
  • geldende beleidsuitgangspunten;
  • duurzaam en bio divers;
  • en blijvend promoten van zelf- en medebeheer.

Op dit moment kennen wij de volgende beheerplannen:

 

Door de raad vastgesteld

Looptijd t/m

Financiële vertaling in begroting

Achterstallig onderhoud

Openbare verlichting

2020

2023

Ja

Nee

Wegen

2018

2028

Ja

Nee

Kunstwerken

2016

2017

Ja

Nee

IBOR

2019

2028

Ja

Nee

Riolering

2021

2024

Ja

Nee

Speelvoorzieningen

2011

2024

Ja

Nee

Gebouwen

2019

2028

Ja

Nee

Ondergrondse
verzamelcontainers

2020

2025

Ja

Nee

 

Openbare verlichting

Beleidskader

In april 2020 is het nieuwe (digitale) beleidsplan 'Licht in de openbare ruimte” ‘ vastgesteld. Onze inwoners willen een duurzame, leefbare, energiezuinige en prettige openbare ruimte. De openbare ruimte is veilig en op orde. Een goede openbare verlichting in de openbare ruimte draagt daar aan bij. We kijken waar licht nodig is, hoeveel licht we nodig hebben en op welk moment van de dag. Het nieuwe beleid draagt bij aan dat uitgangspunt en aan het doel om in 2030 energieneutraal te zijn.

Beheer en kwaliteitsniveau onderhoud

In de periode van het huidige beleidsplan willen we beheersbaar de openbare verlichting uitbreiden. We onderhouden de openbare verlichtingsinstallaties om deze duurzaam in stand te houden. En we reguleren het gebruik van de openbare verlichting.  Het beheer is gericht op veiligheid, leefbaarheid, bereikbaarheid, duurzaamheid en het beperken van de milieubelasting. We onderhouden planmatig en voeren de onderhoudsmaatregelen op tijd uit om de kwaliteit van de openbare ruimte te behouden. Daarmee sluiten we kapitaalvernietiging en onveilige situaties uit.

Ontwikkelingen/beleidsvoornemens

We realiseren diverse vervangingsprojecten in de kernen binnen de beschikbare middelen. We maken een uitvoeringsprogramma waarmee we de verduurzaming en vernieuwing in beeld brengen: in 2022 wordt het vervangingsplan  Laren en ook de Traverse Eefde aangepakt.

Financiën

Voor de periode 2020 tot en met 2023 is een bedrag van € 1.020.000 beschikbaar voor de vervanging van de openbare verlichting (masten en armaturen) en het verwijderen van lichtmasten in het buitengebied. Dat is € 255.000 per jaar. Binnen de exploitatie is het budget voldoende voor het gewone onderhoud en de overige exploitatielasten. Door de oorlog in Oekraïne zijn de energiekosten zeer sterk gestegen. In de paragraaf weerstandsvermogen houden wij rekening met het risico van prijsstijgingen door onder andere toenemende energiekosten.

Wegen

Beleidskader

We beheren en onderhouden de wegen op basis van een wegcategorisering. De gemeenteraad stemde op 23 april 2018 in met deze aanpak. We zorgen daarmee voor een goede bereikbaarheid van de weggebruikers in het buitengebied en een goede bereikbaarheid naar en van de kernen.

Beheer en kwaliteitsniveau onderhoud

De wegen onderhouden we op een minimum niveau om kapitaalvernietiging te voorkomen. Jaarlijks voeren we, aan de hand van inspecties, onderhoud uit aan onze wegen.

Ontwikkelingen/beleidsvoornemens

In 2022 is de eerste fase van de Zwiepseweg (het deel tussen Barchem en Zwiep) van groot onderhoud voorzien.  In 2023 volgt de tweede fase (het deel tussen Lochem en Zwiep en de Wengersteeg). Daarnaast onderhouden we een aantal wegen  op basis van uitgevoerde weginspecties. 

In 2023 ontwikkelen we een nieuw beleids- en meerjarenonderhoudsplan. Hierin nemen we niet alleen de wegen buiten de bebouwde kom mee, zoals nu door de wegcategorisering. Maar nemen we alle wegen binnen onze gemeente mee. We willen goed en integraal afstemmen waar welke onderhoudsmaatregelen nodig zijn; buiten de bebouwde kom, binnen de bebouwde komen en op zandwegen.

Financiën

Door het raadsbesluit van 2018 is het nieuwe  jaarbudget à € 1.375.000 t/m 2028 en is verdeeld in:
•    een investeringsdeel voor de wegreconstructies bestaande uit € 500.000 per jaar, waarvan aangevuld t/m 2028 met € 100.000 per jaar. Totaal dus een investering van € 600.000 per jaar;
•    een exploitatiedeel voor groot en klein onderhoud bestaande uit € 775.000 per jaar.

Kunstwerken

Beleidskader

Voor 2023 staat op de planning dat er een nieuw beleid- en meerjarenonderhoudsplan wordt opgesteld. Dit komt omdat het bestaande onderhoudsplan is verouderd.

Beheer en kwaliteitsniveau onderhoud

In het tweede kwartaal van 2022 is een instandhoudingsinspectie (globale of ook wel verkennende inspectie) uitgevoerd.  Uitkomsten hier van zijn dat er een 4- tal kunstwerken in matige tot slechte staat zijn, met mogelijk veiligheidsrisico's tot gevolg.  5% van alle kunstwerken is onder het niveau van 'redelijk'. 1 kunstwerk is dusdanig slecht en krijgt de status prioriteit. Dat betekent dat we  direct een vervolg onderzoek en aanpassingen moeten doen.

Ontwikkelingen/beleidsvoornemens

Het op te stellen beleid- en meerjarenonderhoudsplan beschrijft hoe en wanneer onze civiele kunstwerken van onderhoud worden voorzien, en welke kosten dat dit met zich mee gaat brengen. Het uitgangspunt is om onze civiele kunstwerken veilig te houden.

Financiën

Er is een jaarlijks onderhoudsbudget van € 25.000. In 2023 is nieuw beleid opgenomen om dit onderhoudsbudget incidenteel op te hogen met € 65.000.  Dit om nadere onderzoeken te kunnen uitvoeren en om direct extra onderhoud uit te voeren aan kunstwerken in zeer slechte staat. 

Groen

Beleidskader

Het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR)  is begin 2019 in de gemeenteraad vastgesteld. Het plan is een belangrijke pijler voor de op te stellen Dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en Circulus. 

Beheer en kwaliteitsniveau onderhoud

De afdeling BuitenRuimte van Circulus beheert en onderhoudt het openbaar groen. In 2019 is bij de besluitvorming over het IBOR het beeldkwaliteitsniveau van het openbaar groen bepaald. Door de structurele bezuiniging op het onderhoud openbaar groen onderhouden we de plantsoenen in de dorpskernen en doorgaande wegen op kwaliteitsniveau B. Dit onderhoudsniveau werd al toegepast in de woonwijken. Alleen de industrieterreinen onderhouden we op kwaliteitsniveau C.  Met burgerparticipatie kan volgens het IBOR een hoger kwaliteitsniveau in het groen worden behaald. En de betrokkenheid en tevredenheid over het openbaar groen worden vergroot. Met kerngericht werken geven we de participatie een extra impuls. 

Ontwikkelingen/beleidsvoornemens

Na een pilot kerngericht werken in Almen, startten we in 2022 in Eefde kerngericht werken op. In 2023 werken we, met de huidige inzichten, het kerngericht werken voor de kernen Barchem en Harfsen uit. We benutten de kansen voor ecologisch beheer van het openbaar groen. Werkgroepen biodiversiteit spelen hierbij een belangrijke rol. 

De komende periode voert Circulus groenrenovaties uit op diverse locaties verspreid over de kernen. Verouderde plantvakken waar met beheer niet aan de beeldkwaliteit kan worden voldaan, planten zij opnieuw in.  

Volgens het nieuwe beleid Duurzaam beheer laanbomen buitengebied (december 2021) gaan we, naast het reguliere onderhoud, verder met extra bomenaanplant en uitvoering van het Soortmanagementplan Vleermuizen. En volgens het uitvoeringsprogramma van het Biodiversiteitsplan Lochem Natuurlijk (maart 2021) herzien we in 2023 het verouderde Bosbeheerplan. Het in 2023 doorgaan met de Bermenpilot (terugvorderen van gemeentelijke bermen) hangt af van een nog vast te stellen plan van aanpak. 

Financiën

Het beheer en onderhoud van het openbaar groen voeren we uit met het structurele budget dat in 2019 is vastgesteld met het Integrale beheerplan openbare ruimte (IBOR).  Om de beeldkwaliteit van de gehele openbare ruimte naar een hoger niveau te brengen is structureel meer geld nodig. Het gaat hier om een structurele jaarlijkse verhoging van € 466.000,-.

Riolering

Beleidskader

Het Rioleringsplan 2021 – 2025 is in maart 2021 unaniem door de gemeenteraad vastgesteld. De gemeente heeft een aantal watertaken. We zorgen voor:
•    de inzameling en transport van stedelijk afvalwater,
•    de verwerking van afvloeiend hemelwater en
•    het beperken van de nadelige gevolgen van de grondwaterstand.
Het plan moet de gemeente voor de Wet milieubeheer maken. Het plan maken we niet alleen, we maken dit met andere partners in de waterketen. Dat zijn bijvoorbeeld de provincie en het waterschap. 

Beheer en kwaliteitsniveau onderhoud

Met het Rioleringsplan pakken we water voortvarend aan. We zorgen voor een goede afvoer en verwerking van afvalwater, hemelwater en grondwater. De bodem, het oppervlaktewater, hemelwater en grondwater zijn beschermd tegen vervuiling van de riolering. Zo blijft Lochem een gezonde en aantrekkelijke gemeente met schoon water waar het prettig wonen en werken is. De komende jaren nemen we daarom verschillende maatregelen en doen investeringen. In 2023 voeren we het volgende onderhoud uit:

  • rioolreiniging en inspectie vrijvervalriool,
  • onderhoud drukrioolunits, gemalen en randvoorzieningen,
  • kolkenreiniging en
  • onderhoud IBA's.

We investeren ook in vervanging en verbetering van riolering en vervangen (onderdelen van) pompen en gemalen.

Ontwikkelingen/beleidsvoornemens

Door klimaatverandering zullen buien heviger worden. Daardoor kan wateroverlast ontstaan. Straten kunnen ineens vollopen. We treffen daar, bij reconstructieplannen in de openbare ruimte, maatregelen tegen. Denk aan het verlagen van stoepranden zodat water weg kan en de aanleg van wadi’s. 

De kwetsbare locaties voor wateroverlast, droogte en hitte brengen we in beeld met een stresstest. Onze duurzaamheidsopgave ligt vooral in het terugwinnen van waardevolle grondstoffen en energie uit afvalwater. Verder grijpen we mogelijkheden aan om het energieverbruik van pompen en gemalen terug te brengen.

Financiën

Uit het Rioleringsplan 2021-2025 blijken de geraamde investeringen voor vervangingen en verbeteringen voor de planperiode 2021-2025. Er is in totaal ruim 12 miljoen euro nodig. Dat heeft de gemeenteraad beschikbaar gesteld. De rioolheffing gaat in de planperiode niet omhoog.

Speelvoorzieningen

Beleidskader
De beleidsuitgangspunten in het speelruimtebeleid gemeente Lochem 2011-2020 zijn niet gewijzigd. In 2016 is een nieuwe subsidieregeling speelruimtebeleid vastgesteld. 

Beheer en kwaliteitsniveau onderhoud
Speeltoestellen moeten voldoen aan de veiligheidsnormen van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Voor speeltoestellen geldt een Europese norm, NEN-EN 1176. De insteek van het onderhoudsniveau is schoon, heel en veilig.

Nieuwe speeltoestellen moeten een certificaat hebben. Een externe partij inspecteert elk jaar bestaande speelplekken in opdracht van de gemeente op de veiligheidseisen.

Ontwikkelingen/beleidsvoornemens
Het speelruimtebeleid wordt onderdeel van de omgevingsvisie.

Financiën
Het speelruimtebeleid voeren we in 2023 uit met het geld, circa € 125.000, dat we daarvoor hebben.

Gebouwen

Beleidskader

Voor het onderhoud van alle gebouwen geldt op de eerste plaats het Meerjarig Onderhoudsplan gebouwen (MOP). Dit meerjarenplan beschrijft de gewenste staat van onderhoud en hoeveel geld daarvoor nodig is. In het voorjaar van 2019 heeft de gemeenteraad het MOP vastgesteld voor de periode 2018 t/m 2022. 

Op de tweede plaats heeft het gemeentelijk accommodatiebeleid invloed op de uitvoering van het onderhoud. Volgens dit accommodatiebeleid heeft de gemeente slechts een taak voor de instandhouding van huisvesting voor onderwijs (scholen voor primair onderwijs) en bewegingsonderwijs (gymzalen). Vaak huisvesten deze gebouwen ook andere maatschappelijke voorzieningen (sport-, cultuur- en welzijnsfuncties). Het beheer en onderhoud van deze accommodaties zetten wij steeds meer ‘op afstand’ en wij proberen de inzet van onze financiële middelen zover mogelijk af te bouwen. Dit kan in bepaalde situaties leiden tot vragen om bijvoorbeeld vernieuwing of verduurzaming van (maatschappelijk) vastgoed. Hierdoor kan het beheer en de exploitatie van het vastgoed goedkoper worden. 

Beheer en kwaliteitsniveau onderhoud

Minimaal eens per 5 jaar actualiseren wij de staat van onderhoud van de gebouwen opnieuw en vertalen dit naar het MOP.  Hiermee voldoen wij aan de richtlijn uit het BBV om inzicht te hebben in de financiële positie en risico’s te beheersen. Uitgangspunt voor het onderhoud is de conditiemeting op basis van de NEN 2767, waarbij een conditie van “redelijk tot goede staat” de insteek is (gemiddelde conditiescore 3).

Ontwikkelingen/beleidsvoornemens

De periode waarvoor het huidig MOP geldt, eindigt eind 2022. Voor de periode vanaf 2023 moet, volgens de richtlijn uit het BBV en volgens onze vastgestelde MOP, een actueel MOP gelden. Op dit moment bereiden wij hiervoor besluitvorming voor, zodat we in 2023 een actueel MOP hebben.

Financiën

Het deel van het MOP dat gaat over groot onderhoud betalen we uit de voorziening onderhoud gebouwen. De omvang van de voorziening moet toereikend zijn om het toekomstig geplande onderhoud op elk moment in het groot onderhoud te kunnen voorzien. Het deel van het MOP dat betrekking heeft op klein (dagelijks) onderhoud komt rechtsreeks ten laste van de exploitatierekening. Elke 5 jaar stellen wij een nieuw MOP vast, op basis van de inzichten op dat moment. 

Het vastgoed is in de verslaglegging ondergebracht bij de volgende programma’s:

0     bestuur en ondersteuning         2 woningen
1    veiligheid                                               brandweerkazernes
3    economie                                              Groene Kruisstraatje 4, Markt 2 en 3, erfpachtgronden
4    onderwijs                                              brede school Zuiderenk
5    sport, cultuur en recreatie        sportzalen, sportvelden, zwembaden kerktorens
6      sociaal domein                                dorpshuizen
7     volksgezondheid en milieu       begraafplaatsen
        Overhead                                            gemeentehuis

Ondergrondse verzamelcontainers

Beleidskader

Voor de inzameling van restafval en diverse gescheiden grondstoffen staan in iedere kern ondergrondse verzamelcontainers. Daarnaast staan bij hoogbouwlocaties bovengrondse verzamelcontainers voor GFT. Eind 2020 heeft de gemeenteraad het Afval- en Grondstoffenplan 2021-2025 vastgesteld. Daarbij is ook de dotatie (toevoeging) in de voorziening vervanging ondergrondse afvalcontainers bijgesteld. De afschrijvingstermijn is van 10 jaar op 15 jaar gezet. 

In 2023 gaan wij met Circulus in gesprek over overdracht van het eigendom van de ondergrondse verzamelcontainers.

Beheer en kwaliteitsniveau onderhoud

Voor een goed gebruik van de  milieuparkjes is het belangrijk dat de verzamelvoorzieningen schoon, heel en veilig zijn (“de basis op orde”). Dit voorkomt verkeerd gebruik en afval naast de containers. Het beheer en onderhoud voert Circulus uit.

Ontwikkelingen/beleidsvoornemens

De ondergrondse verzamelcontainers worden intensief gebruikt. In de praktijk blijkt een afschrijvingstermijn van 15 jaar alleen haalbaar voor de (bovengrondse) verzamelvoorzieningen voor GFT. Voor de ondergrondse systemen is een termijn van 10 jaar technisch gezien het maximum.  Daarna vertonen ze gebreken en/of beschadigingen. Bij de Kadernota 2023 is besloten om de vervangingstermijn van 15 jaar terug te brengen naar 10 jaar. Wij hebben de vervangingsplanning voor de ondergrondse verzamelvoorzieningen daarop bijgesteld. 

Financiën

De vervangingsinvesteringen dekken wij uit de voorziening vervanging verzamelcontainers. De structurele dotatie (toevoeging) van € 100.000 in de voorziening dekken wij uit de afvalstoffenheffing. Voor 2023 staat voor € 208.000 aan vervangingen gepland. Voordat wij tot vervanging over gaan worden de containers geïnspecteerd. Alleen de containers die technisch aan vervanging toe zijn worden vervangen.

Bedrijfsvoering

Organisatie

Bestuur en ondersteuning

Indicator

2022

2023

2024

2025

2026

Onderbouwing van de waarden/ ambitie

Formatie

6,8

7,0

7,0

7,0

7,0

Conform wetgeving BBV, aantal FTE per 1.000 inwoners

Bezetting

6,4

6,6

6,6

6,6

6,6

Aantal FTE per 1.000 inwoners

Apparaatskosten

600

704

712

720

727

Kosten (€) per inwoner

Externe inhuur

8

7,2

7,2

7,1

7,0

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

Overhead

11,5

11,7

11,8

11,8

11,6

Percentage van de totale lasten

 

 

 

 

 

 

 

 

De stijging van de indicator apparaatskosten komt door de stijging van personeelskosten met ongeveer € 1,5 miljoen.

Uitbreiding formatie begroting 2023
Programma Activiteit fte S / I
0 Uitbreiding formatie griffie 1,11 S
0 Formatie - urenuitbreiding wet WOO 0,28 S
3 Formatie MKB manager 0,5 S
3 Formatie accountmanager 1 S
6 Wachtlijsten jeugdzorg/gezinsvoogdij 1 I
6 Formatie aandachtsfunctionarissen 0,5 S
6 Versterking gemeentelijke dienstverlening (POK middelen) 0,93 S
8 Participatie stimuleren en faciliteren 1 S
8 Maken en beheren Toepasbare Regels 1 S
8 Uitbreiding formatie BGT gegevensbeheerder 1 S
8 Uitbreiding formatie Geo-informatie specialist 1 S
6 Begeleiding ontheemden 1 S
8 Functie sturing grondbeleid structureel (formatie) 1 S
8 Uitbreiding formatie planeconomie 1 S
8 Uitbreiding formatie wonen 1 S
TOTAAL 13,32

Op verschillende plekken in de begroting vragen wij om uitbreiding van de formatie. In bovenstaande tabel zijn alle begrote fte’s opgenomen. De toelichting geven wij bij de beschrijving van de activiteiten.

Personeel

De krapte en de concurrentie op de arbeidsmarkt zetten de uitvoerbaarheid van de gemeentelijke taken verder onder druk. De zoektocht naar goed gekwalificeerde medewerkers wordt ook voor onze gemeente steeds lastiger. Zo ook het behoud van goed gekwalificeerde medewerkers. Gelet op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en vanuit urgentie én noodzaak hebben de directeuren van de Achterhoekse gemeenten een verkenning gestart om structureel samen te gaan werken. Waarbij ook andere organisaties worden betrokken. Het is tijd voor actie waarbij gemeenten koersen op haalbare en uitvoerbare activiteiten.
Samen met Werken In Gelderland, door hun expertise van de arbeidsmarkt, zijn de  gemeenten gestart met een regionale projectgroep. Hierin pakken ze gezamenlijke activiteiten en arbeidsmarktcommunicatie op die het meeste effect hebben. En ons kunnen versterken in onze positie op de arbeidsmarkt. Het trainee-programma en het Young talentprogramma RO zijn hier voorbeelden van. 

Integriteit

In 2022 hebben de medewerkers kennis gemaakt met de app zuivere Koffie. Deze app geeft inzicht in hoe de medewerker omgaat met integriteitsvraagstukken. In  2023 nemen wij  de app op in het beleidsplan Integriteit en de 'Gedragscode integriteit' ambtelijke organisatie. Ook komt de app aan bod tijdens de periodieke voorlichtingsbijeenkomsten Integriteit.

Inkoop

We blijven inzetten op Maatschappelijk Verantwoord Inkopen, duurzaam en sociaal. We betrekken hierbij, waar mogelijk binnen de Aanbestedingswet, lokale en regionale ondernemers.  De inkoopprocessen en het contractenregister optimaliseren we verder. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid en de inkoopvoorwaarden worden geactualiseerd.

Informatiebeleid

In 2022 stelden we een nieuwe visie Informatievoorziening op. In deze visie kiezen we voor 4 digitale ambities:

  • Wij bieden klanten digitale kansen
  • Wij baseren beleid op betrouwbare data
  • Wij werken (samen) in de Cloud
  • Wij hebben onze informatievoorziening en -veiligheid op orde

Wij besloten om (in 2023) minimaal in te zetten op digitalisering. We blijven voldoen aan wet- en regelgeving. Ook blijven we de meest noodzakelijke vervangingsinvesteringen uitvoeren en ronden we de lopende verbeterplannen af. Op natuurlijke momenten zetten we (kleine) stappen richting onze digitale ambities.

In 2023 (en 2024) investeren we nog wel in onze samenwerking met DatalabGO en Blockchain technologie. In 2023 valt een beslissing of we verder gaan met de blockchaintechnologie. 

Gegevensmanagement

De ambitie 'Wij baseren beleid op betrouwbare data' vraagt om een goede beheerorganisatie. Om de bemensing van die beheerorganisatie te regelen vroegen wij in de kadernota 2023 om een Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) gegevensbeheerder en een Geo-informatie specialist. Daarmee versterken wij niet alleen de beheerorganisatie maar bevorderen wij ook de kwaliteit en de toepassing van met name de Geografische gegevens in ons beleid en bedrijfsvoering.

Informatiebeheer

Eind 2022 starten we met de aanbesteding van een nieuw zaaksysteem. Hoewel ons contract tot in 2025 loopt bouwt de leverancier de ondersteuning steeds verder af. In 2023 ronden we de aanbesteding en de invoering van het nieuwe zaaksysteem af.

Informatiebeheer speelt ook een belangrijke rol als we in 2023 met onze bestanden naar de Cloud gaan. Informatiebeheer gaat ook over het bewaren en vernietigen van deze bestanden.

Gegevensbescherming

In 2023 is het weer tijd om het gegevensbeschermingsbeleid te herzien en aan te passen naar de huidige ontwikkelingen. De samenwerking met informatiebeveiliging zetten we in 2023 voort. We trekken zoveel mogelijk samen op in bewustwordingscampagnes, controles en rapportages.

Informatieveiligheid

In 2023 voeren we weer een aantal maatregelen in, die verplicht zijn vanuit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Welke maatregelen dit precies worden, hangt af van de resultaten uit de ENSIA (audit informatieveiligheid). Deze resultaten zijn pas aan het einde van 2022 bekend. We implementeren de maatregelen die de grootste risico's beperken. In elk geval nemen we maatregelen voor het gebruik van wachtwoorden, loggin en back-up.  Daarnaast toetsen we de uitvoering van de maatregelen uit 2022 en sturen deze zo nodig bij.

ICT

In technische en praktische zin voeren wij het informatiebeleid uit. En dan werken wij met name aan de ambities We werken (samen) in de Cloud en We hebben onze informatievoorziening en -veiligheid op orde. Onze ICT middelen, zowel hardware als software, vernieuwen we steeds en voorzien we van updates. De impact op de gebruikers en de dienstverlening proberen we daarbij zo klein mogelijk te houden.

In 2023 werken we verder aan lopende projecten, zoals het uitrollen van onze kantoorautomatisering in de Microsoft Cloud omgeving. Daarnaast is ook in 2023 de uitdaging om ondersteuning te leveren aan veranderende werkwijzen:

  • Wij werken deels vanuit huis en deels vanuit het gemeentehuis (hybride).
  • Steeds sneller nemen we (gevraagd en ongevraagd) nieuwe technologieën in gebruik.

De beschikbaarheid van de nodige menskracht om hierin te ondersteunen lijkt een knelpunt te worden.

Rechtmatigheidscontrole

Met ingang van de jaarrekening 2023 (in plaats van de jaarrekening 2022) moet het college een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening opnemen. Tot nu toe stelde de accountant de rechtmatigheidsverantwoording op. De accountant controleert alleen nog of deze verantwoording juist en volledig is. In 2022 en 2023 bereidt team Control & Informatiemanagement deze nieuwe manier van werken voor.

Planning en Control

De auditcommissie stelde, vanuit de afgelopen raadsperiode, een overdrachtsdocument op. In dit overdrachtsdocument staan vier thema’s:

  1. Verbeteren P&C documenten
  2. Jaarlijkse overschotten
  3. Raadsbehandeling P&C documenten
  4. Lopende zaken (rechtmatigheidsverantwoording en Managementletter 2021).

Daarom geven wij de komende collegeperiode aandacht aan:

  • het opzetten en ontwikkelen van een meerjarenvisie. Deze visie heeft gevolgen voor de Kadernota, programmabegroting en meerjarenraming. Het coalitieakkoord is hiervoor belangrijke input;
  • de P&C cyclus meer behulpzaam maken aan het realiseren van de gestelde ambities;
  •  de bestuursrapportage (burap) moet de raad beter in staat stellen om tussentijds bij te sturen. Sturing op ambities, beleid, planning en financiën zorgt daarmee voor minimale afwijkingen bij de jaarverantwoording;
  • verhogen van de kwaliteit van de interne sturing.

Om al deze punten tot een succes te maken is een proces van meerdere jaren. De auditcommissie gaan we regelmatig informeren en betrekken bij dit proces.

Financiering

Inleiding
Voor de uitvoering van de programma’s zijn financiële middelen nodig. Om tijdig en tegen gunstige tarieven gelden aan te trekken of uit te zetten is de uitvoering van de treasuryfunctie belangrijk. 

Beleid financiering
In het treasurystatuut wordt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. 

Financiering
Opgenomen vaste geldleningen 
De opgenomen vaste geldleningen hebben op 1 januari 2023 een boekwaarde van € 11.482.466. In 2023 wordt hierop € 3.751.695 afgelost en aan rente is € 276.783 verschuldigd.  De leningen hebben op 1 januari 2023 een gemiddeld gewogen rentepercentage van 2,45 procent (2,01 procent in 2022). Het gemiddelde rentepercentage stijgt, omdat de leningen met een laag rentepercentage bijna afgelost zijn.

Liquiditeitsbegroting

Bedragen x € 1.000; - = nadeel
Financieringsbehoefte Begroting
2022 2023 2024 2025 2026
Kasstroom uit operationele activiteiten
Resultaat 1.364 2.196 4.739 6.204 3.301
Afschrijvingen, afwaarderingen 3.339 3.627 3.662 3.997 3.963
Mutatie werkkapitaal
- Mutatie voorraden -130 -1.936 1.637 2.443 2.291
- Mutatie uitzettingen, overlopende activa 0 0 0 0 0
- Mutatie vlottende schuld, overlopende passiva 0 0 0 0 0
Mutatie reserves -5.117 -2.211 -1.573 -1.258 -1.256
Mutatie voorzieningen 680 533 708 -261 1.292
Mutatie waarborgsommen, overige vaste schuld 0 0 0 0 0
Kasstroom uit operationele activiteiten 136 2.209 9.173 11.125 9.591
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Netto-investeringen immateriële vaste activa 0 0 0 0 0
Desinvesteringen immateriële vaste activa 0 0 0 0 0
Netto-investeringen materiële vaste activa -12.000 -18.000 -6.028 -4.819 -4.144
Desinvesteringen materiële vaste activa 0 0 0 0 0
Netto-investeringen financiële activa - excl. verstr. leningen 0 0 0 0 0
Desinvesteringen financiële activa - excl. verstr. leningen 0 0 0 0 0
Kasstroom uit investeringsactiviteiten -12.000 -18.000 -6.028 -4.819 -4.144
Financieringsbehoefte (-) c.q. overschot (+) -11.864 -15.791 3.145 6.306 5.447
Kasstroom uit financieringsactiviteiten > 1 jaar
Toename verstrekte leningen 0 0 0 0 0
Aflossing verstrekte leningen 0 0 0 0 0
Toename opgenomen leningen 0 17.562 0 0 0
Aflossing opgenomen leningen -4.548 -3.752 -3.215 -6.353 -5.521
Kasstroom uit financieringsactiviteiten > 1 jaar -4.548 13.810 -3.215 -6.353 -5.521
Kasstroom uit financieringsactiviteiten < 1 jaar
Mutatie uitzettingen in 's Rijks schatkist 10.172 0 0 0 0
Mutatie opgenomen kasgeldleningen 5.517 1.981 70 47 74
Kasstroom uit financieringsactiviteiten < 1 jaar 15.689 1.981 70 47 74
Mutatie geldmiddelen -723 0 0 0 0

De liquiditeitsbegroting geeft weer dat wij in 2023 de kasgeldlimiet structureel zullen gaan overschrijden, zodat het aantrekken van een langlopende lening van € 15 miljoen nodig zal zijn in het tweede halfjaar van 2023. 

Berekening rente-omslagpercentage en renteresultaat taakveld treasury 2023

Bedragen x €, - = nadeel
Berekening rente-omslagpercentage en renteresultaat taakveld treasury 2023
Door te rekenen rente
Rentelasten lange financiering -370.533
Rentelasten korte financiering 0
Rentebaten verstrekte geldleningen 96.367
Rentebaten korte financiering 0
Totaal door te rekenen rente -274.166
De rente die aan grondexploitaties wordt doorberekend 130.000
Aan taakvelden toe te rekenen rente -144.166
Toegerekende rente aan taakvelden (programma's inclusief overhead) 445.000
Renteresultaat op het taakveld treasury 300.834
Specificaties
Geraamde boekwaarde investeringen per 1 januari 2023 89.000.000
Renteomslagpercentage: 144.166 gedeeld door 1% van 89.000.000: 0,16%
Afgerond 0,50%
Rentebaten, verstrekte geldleningen aan:
Alliander 40.000,00
't Trefpunt 3.850
Revolving Fund duurzaamheidslening 17
Svn Duurzaamheidslening 4.500
Svn Starterslening 45.000
Svn Blijverslening 3.000
Totaal 96.367

Rentevisie
Voor de Begroting 2023 wordt rekening gehouden met een rente van 0,50 procent voor het aantrekken van tijdelijke liquide middelen. Voor langlopende leningen met een looptijd van 5 jaar wordt rekening gehouden met een percentage van 2,5 procent. 

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet voor het jaar 2023 bedraagt € 7,6 miljoen. Tot het bedrag van de kasgeldlimiet mogen kortlopende geldleningen worden aangetrokken.

Risiconorm
De gemeente Lochem zit ruim onder de renterisiconorm, omdat alleen leningen zijn aangetrokken met een vast rentepercentage voor de gehele looptijd van de lening.

Verbonden partijen

Inleiding
Dit hoofdstuk laat zien met welke partijen de gemeente bestuurlijk en financieel samenwerkt. Het college en/of de raad besloten tot deze samenwerking. We lichten ontwikkelingen toe. En we geven aan waar risico’s voor de gemeente stijgen.

Een verbonden partij is een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Hierdoor draagt de gemeente medeverantwoordelijkheid. Het kan gaan om een privaatrechtelijke organisatie zoals stichtingen, verenigingen, NV’s en BV’s.  Of het kan een publiekrechtelijke organisatie zijn, een gemeenschappelijke regeling.

Bij een bestuurlijk belang heeft de gemeente zeggenschap. De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur of heeft stemrecht. Er is een financieel belang als de gemeente risico loopt met de middelen die we aan een partij ter beschikking stellen. Of als de gemeente aangesproken kan worden als een verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Overzicht Verbonden Partijen
De gemeente Lochem heeft de volgende verbonden partijen:

Naam Vestigings-plaats Begrote bijdrage van de gemeente Lochem voor 2023 Risico: financieel, maatschappelijk, bestuurlijk. -- vrijwel geen risico - gering risico + matig risico ++ veel risico
Financieel Maatsch. Bestuurlijk
Gemeenschappelijke regelingen
Veiligheidsregio NOG Apeldoorn € 2.320.000 + + -
GGD – Noord- en Oost-Gelderland Apeldoorn € 627.000 - + -
Regio Stedendriehoek Twello € 101.733 - + +
Stadsbank Oost Nederland Enschede € 240.000 - - -
Omgevingsdienst Achterhoek Hengelo (Gld.) € 820.800 - - +
Tribuut Epe  € 760.000 - - -
Vervoerscentrale Stedendriehoek “PlusOV” Lochem € 1.464.000 + + +
Samenwerkingsverbanden
Gemeenschappelijk Havenbeheer Twentekanalen Bornerbroek € 69.886 - - - -
Stichtingen
Stichting Achterhoek Toerisme Borculo €  68.000 - - -
Stichting Strategische Board Twello € 61.000 - - +
Stichting bevordering Techniek Onderwijs Berkelstreek Borculo € 15.000 - - - - - -
Stichting Veilig Thuis Noord en Oost Gelderland Apeldoorn  € 133.179 + ++ -
Deelnemingen
NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Den Haag - - - - - -
NV Vitens Velp - - - - - -
B.V. Alliander Amsterdam - - - - - -
Circulus-Berkel B.V.: Apeldoorn - + -
- Dienstverleningsovereenkomst Afval  € 2.884.000
- Dienstverleningsovereenkomst Buitenruimte € 5.214.000

Gemeenschappelijke regelingen

Gegevens verbonden partijen

Samenwerkingsverbanden

Gegevens verbonden partijen

Stichtingen

Gegevens verbonden partijen

Deelnemingen

Gegevens verbonden partijen

Grondbeleid

Inleiding 


Algemeen beeld uitgangspunten grondexploitaties

Grondbeleid is beleid dat is gericht op het realiseren van gewenste veranderingen in het grondgebruik vanuit de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Grondbeleid is een middel om andere beleidsdoelen van de gemeente te realiseren. Bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, economie, natuur en recreatie. 

Het beleidsdoel woningbouw heeft de afgelopen tijd veel aandacht gekregen. De vraag naar (betaalbare) woningen nam sterk toe. Daarom hebben we veel energie gestoken in de voorbereiding van toekomstige woningbouwontwikkelingen. Ook in 2023 neemt dit proces een belangrijke plek in. De locaties waar woningbouwontwikkelingen kunnen plaatsvinden, worden steeds concreter. Hoe we met het grondbeleid de ontwikkelingen kunnen ondersteunen en versnellen, blijft de komende tijd een belangrijk thema.
De huidige nota grondbeleid loopt tot 2023. Op dit moment bereiden wij een nieuwe nota grondbeleid voor waarin onder meer centraal staan welke rol de gemeente op de grondmarkt aanneemt en op welke manier wij de gewenste woningbouw kunnen faciliteren.  

Naast toekomstige ontwikkelingen hebben we natuurlijk ook te maken met lopende plannen. Door grondexploitaties brengen wij de grondopbrengsten en grondkosten van deze plannen in beeld en actualiseren wij deze. In deze paragraaf geven wij u een beeld van alle actieve grondexploitaties. En geven wij een zo actueel mogelijk beeld van de financiële stand van de grondexploitaties van de gemeente Lochem.

Met de uitvoering van grondexploitaties is veel geld gemoeid. Het is van publiek belang om hiervan een helder beeld te geven. Enkele belangrijke uitgangspunten hierbij zijn: 

 

Tussentijdse winstneming
In de nota Grondbeleid gemeente Lochem 2017-2020 staat dat we voor de tussentijdse winstneming de methode Percentage of Completion (POC) toepassen. Zie tabel 1 voor de specificatie. In 2022 is € 713.000 aan tussentijdse winstneming geraamd. Inclusief deze raming zal er tot en met eind 2022 voor een bedrag van € 4.862.000 aan tussentijdse winst zijn genomen.

 

Verliesvoorziening
Lochem kent ook grondexploitaties waarbij we een financieel nadeel verwachten. Vaak zijn dit grondexploitaties waarbij er sprake is van herstructurering van bestaande gebieden. Voor verliesgevende grondexploitaties moeten wij direct een verliesvoorziening treffen. Wij treffen een verliesvoorziening tegen contante waarde.

 

Onderstaande tabel 1 geeft een volledig beeld van de tussentijdse winstneming en mutaties van de verliesvoorzieningen. In totaal is een toevoeging van € 361.000 aan de verliesvoorziening geraamd. 

Tabel 1. Overzicht tussentijdse winstnemingen en mutaties verliesvoorzieningen (bedragen x €, - = nadeel)

Complex Tussentijdse winstneming (POC) Verliesvoorziening (Contante waarde)
31-12-2021 (Jaarrekening 2021) Mutatie 2022 31-12-2022 (Begroting 2023) 31-12-2021 (Jaarrekening 2021) Mutatie 2022 31-12-2022 (Begroting 2023)
Aalsvoort West 3.099.906 686.714 3.786.620
Harfsen West 1.010.592 26.052 1.036.644
Detmerskazerne 38.538 0 38.538
Scheggertdijk
Clusterlocatie Exel
Diekink 461.569 -198.430 659.999
TKF 176.605 -59.008 235.613
Stijgoord 152.673 -12.194 164.867
Barchem Zuid 867.131 -13.246 880.377
Kop van Oost 2.685.347 11.989 2.673.358
Almen Zuid II-A 88.950 -39.216 128.166
EndT Deelplan 5 Holmerskamp 1.669.408 -50.532 1.719.940
Totaal 4.149.036 712.766 4.861.802 6.101.683 -360.637 6.462.320

Voorlopige boekwaarde en werkelijke boekwaarde
Tijdens de actualisatie van de grondexploitaties voor de Begroting 2023 is gekozen om met een voorlopige boekwaarde de grondexploitaties te actualiseren naar 1-1-2023. Dit wil zeggen dat er met een boekwaarde op basis van daadwerkelijk geboekte cijfers tot en met 1-6-2022 is gewerkt. En een prognose is gemaakt van de boekwaarde van 1-6-2022 tot en met 31-12-2022. Hiervoor is gekozen om meer inzicht te krijgen in het verloop van de grondexploitaties en de cijfers in de begroting. 

 

Tijdens de actualisatie van de grondexploitaties voor de Jaarrekening 2022 passen we de geprognosticeerde boekwaarde aan volgens de werkelijke boekwaarde over het jaar 2022. De geactualiseerde grondexploitaties geven we weer in de bijlage ‘Detailspecificatie per complex’. Dit overzicht vergelijkt de grondexploitatie bij de Jaarrekening 2021 en Begroting 2023 met elkaar. 

 

Verderop in de paragraaf lichten we de grondexploitatieprojecten toe. De basis voor de vergelijking zijn de cijfers van de Jaarrekening 2021 ten opzichte van de Begroting 2023 (prognose cijfers). De toelichting op de  grondexploitatieprojecten bevat:

  • de inhoudelijke voortgang
  • de huidige financiële stand van zaken
  • het verschil tussen de begrootte jaarschijf 2022 bij de Jaarrekening 2021 en de prognose baten en lasten bij Begroting 2023
  • de projectspecifieke risico’s

 

Parameters
Bij de Jaarrekening 2021 is gerekend met een kostenstijging van 2% voor het jaar 2022. In de Paragraaf Grondbeleid bij de Jaarrekening 2021 is aangegeven dat met de kennis van maart 2022, op basis van voortschrijdend inzicht, aannemelijk is dat de kostenstijging fors hoger is dan deze 2% in 2022

 

De kosten voor civiele werkzaamheden stegen exponentieel door onder andere de oorlog in Oekraïne. We wonnen advies in over de te hanteren kostenstijging in de grondexploitaties. De memo ‘indexatie grondexploitaties Begroting 2023' bevat dit advies. Ter onderbouwing is hiervoor onder andere de inputprijsindex van Grond-, weg en waterbouw (GWW-index) geraadpleegd. 

 

De grondexploitatieberekeningen bevatten de in tabel 2 gehanteerde parameters. Voor de Begroting 2022 hanteren we een percentage van 8% voor kostenstijging in het jaar 2022 en 4% in het jaar 2023. Tijdens de Jaarrekening 2021 is er gerekend met een meerjarige opbrengstenstijging van 2%. Deze meerjarige opbrengstenstijging stelden wij bij naar 1% omdat er veel onzekerheid heerst op de huidige woningmarkt. 
Op dit moment zijn de bouwkosten en vrij op naam prijzen (VON-prijzen) in de woningmarkt zéér onzeker. De bouwkosten en de rente op de hypotheekmarkt stegen exponentieel door onder andere de oorlog in Oekraïne. Dit brengt onzekerheid met zich mee omdat de VON-prijzen kunnen dalen en de bouwkosten kunnen stijgen. Dit heeft een negatief effect op de grondwaarde en de financiële haalbaarheid van het project.

 

Op de lange termijn houden we rekening met 2% kostenstijging en 1% opbrengstenstijging. Hierdoor houden we in de berekening rekening met toekomstige loon- en prijsstijgingen en opbrengstenstijging. 

 

De rente baseerden wij op de berekening van de rente van 2021. De gehanteerde systematiek is volgens de voorgeschreven regels in het BBV. Ook de hoogte van de discontovoet schrijft het BBV voor. Deze bedraagt 2%. 

 Tabel 2. Overzicht gehanteerde parameters

Parameters 2022 2023 2024 2025 e.v.
Kostenstijging 8,00% 4,00% 2,00% 2,00%
Opbrengstenstijging 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Rente 1,25% 1,25% 1,25% 1,25%
Discontovoet 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%

Risicoanalyse
Per plan brengen wij de risico's van de grondexploitaties in beeld met de bijbehorende beheersmaatregelen. Dit doen wij aan de hand van checklists. 

 

Checklist risico’s grondexploitaties
Per grondexploitatie is een inventarisatie gemaakt van de risico’s op basis van de huidige inzichten. Hoe verder een plan in ontwikkeling is, hoe minder risico’s te verwachten zijn. 

 

Standaard worden ramingsonzekerheden in de risicoanalyse doorberekend. Dit zijn standaard afwijkingen en zijn voor alle projecten hetzelfde. Belangrijk onderdeel zijn de projectspecifieke risico’s. Dit betreffen de risico’s die specifiek voor een project zijn en zich niet standaard voordoen. Als een specifiek onderdeel van toepassing is op de risicoanalyse wordt een beheersmaatregel aangegeven. Ook de gevolgen en de verbinding naar de Monte Carlo analyse (zie volgende alinea) wordt ingevuld. Op die manier zijn de risico’s schriftelijk in beeld gebracht. Een periodieke actualisering is noodzakelijk vanwege de voortgang van de grondexploitaties.

 

Om deze risico’s in financiële zin te vertalen, is gebruik gemaakt van de Monte Carlo simulatie. Deze methode bootst het risicoprofiel van de grondexploitatie na op basis van een kansverdeling. Dit doen we door kansverdelingen toe te kennen aan variabelen en parameters in de exploitatie. Vervolgens bepaalt een computermodel op grond van simulaties de kansverdeling van het financiële projectresultaat. Met een bepaald betrouwbaarheidsgehalte (90%) is het mogelijk om het maximale risico van de grondexploitatie te beoordelen. Dat betekent dat het 90% zeker is dat het weergegeven financieel risico, het maximale risico is. 
De risicoanalyses zijn geactualiseerd op prijspeil 1-1-2023. Het totaalbedrag aan risico’s voor de grondexploitaties ramen we op € 1.392.000. Zie daarvoor onderstaande tabellen met een overzicht van alle projecten.

    
De risico’s bij de Jaarrekening 2021 bedroegen in totaal € 1.275.000. De risico’s zijn met € 117.000 gestegen. De hoofdzakelijke reden van deze stijging is het gevolg van dat er meer risico is op lagere grondwaardes door de stijgende rente (waardoor VON-prijzen onder druk staan) en stijgende bouwkosten. Daarnaast is er een verhoogd risico op nóg verder stijgende kosten voor civiele werkzaamheden. 

Tabel 3. Overzicht Monte Carlo Analyse grondexploitaties  (bedragen x €, - = nadeel)

Grondexploitaties (BIE) Kop van Oost Almen Zuid II Harfsen West Cluster Exel Detmerskazerne Etalage naar de Toekomst (Hanzepoort)
Monte Carlo analyse
Resultaat grondexploitatie a € -2.673.358 € -128.166 € 201.184 € 221.194 € 38.293 € -1.719.940
Resultaat plus verliesvoorziening € - € - € - € -
Minimumresultaat risicoanalyse € -4.136.040 € -128.341 € 199.800 € -186.753 € 30.118 € -1.769.884
Maximumresultaat risicoanalyse € -2.523.276 € -127.365 € 205.324 € 220.304 € 56.658 € -1.737.039
Gemiddelde waarde risicoanalyse € -3.058.136 € -127.855 € 202.605 € 87.631 € 43.459 € -1.753.461
Minimumresultaat (90% zekerheid) b € -3.351.851 € -129.166 € 201.059 € 11.394 € 36.921 € -1.762.721
Risico t.o.v. resultaat c=a-b € 678.493 € 1.000 € 125 € 209.800 € 1.372 € 42.781
Grondexploitaties (BIE) Scheggertdijk Aalsvoort West Stijgoord TKF Diekink Totaal
Monte Carlo analyse
Resultaat grondexploitatie a € 192.755 € 208.496 € -164.867 € -235.613 € -659.999 € -4.720.021
Resultaat plus verliesvoorziening € 192.755 € 208.496 € - € - € 401.251
Minimumresultaat risicoanalyse € -163.250 € 205.706 € -252.603 € -238.373 € -1.057.025 € -7.496.646
Maximumresultaat risicoanalyse € 198.214 € 217.067 € -145.610 € -233.879 € -6.641 € -3.876.244
Gemiddelde waarde risicoanalyse € 16.392 € 211.341 € -186.705 € -224.429 € -579.890 € -5.369.047
Minimumresultaat (90% zekerheid) b € -71.632 € 208.210 € -207.683 € -237.365 € -809.097 € -6.111.932
Risico t.o.v. resultaat c=a-b € 264.387 € 285 € 42.816 € 1.752 € 149.099 € 1.391.911

Instemmen met baten en lasten jaarschijf 2023 voor de grondexploitaties
Zie hieronder de door de raad beschikbaar te stellen baten en lasten voor jaarschijf 2023 per grondexploitatie.

Tabel Overzicht beschikbaar te stellen baten en lasten voor jaarschijf 2023 per grondexploitatie (bedragen x €, - = nadeel)

Complex Baten Lasten
Begroot 2023 Begroot 2023
Woningbouw
Kop van Oost 1.446.054 -1.192.522
Almen-Zuid IIA - -228.065
Harfsen West - -378.017
Cluster Exel - -373.597
Detmerskazerne - -690.975
EndT Deelplan 5 Holmerskamp 85.500 -161.422
Scheggertdijk 7 9.173 -473.983
Industrieterreinen
Aalsvoort West 69.776 -337.158
Stijgoord 313.866 -29.481
TKF 335.669 -95.367
Diekink 1.393.516 -1.561.429
Totaal 3.653.554 -5.522.016

Instemmen met meerjarige begrotingswijziging winst- en verliesneming grondexploitaties
Zie hieronder voor de begrotingswijzigingen die direct te herleiden zijn uit de uitkomsten van de actualisatie van de grondexploitaties bij de Begroting 2023.
Door in te stemmen met deze begrotingswijziging zorgen we voor een juiste begrotingsbasis voor het eerstvolgende moment van actualisatie grondexploitaties bij de Jaarrekening 2022.

Tabel Overzicht  meerjarige begrotingswijziging winst- en verliesneming grondexploitaties (bedragen x €, - = nadeel)

Begrotingswijziging Grondexploitaties actualisatie Begroting 2023
Complex 2022 2023 2024 2025 2026
Prognose winstnemingen grondexploitaties (POC-methode)
- Aalsvoort West -243.000 213.000
- Harfsen West -118.000 123.000
- Exel Clusterlocatie 23.000 30.000 18.000
- Detmerskazerne -20.000 6.000 4.000
- Scheggertdijk -25.000 -50.000 -14.000 15.000 60.000
Prognose verliesnemingen grondexploitaties
- Diekink -189.000
- TKF -55.000
- Stijgoord -9.000
- Barchem Zuid 4.000
- Kop van Oost 66.000
- Almen Zuid II-A -37.000
- EndT deelplan 5 Holmerskamp -53.000
Mutatie algemene reserve 745.000 -292.000 -13.000 -45.000 -78.000
Mutatie bestemmingsreserve Kop van Oost -66.000
Totaal 0 0 0 0 0

  Overzicht per grondcomplex
Wij maken onderscheid in de waardering van winstgevende en verlieslatende grondexploitaties. Winstgevende grondexploitaties worden berekend op eindwaarde (= het resultaat op het tijdstip dat de grondexploitatie wordt afgesloten). Voor verliesgevende grondexploitaties moet direct een verliesvoorziening worden getroffen. Deze verliesvoorziening waarderen wij tegen contante waarde. Dit onderscheid ziet u terug in de tabellen per complex hieronder.


Woningbouw

1.    Kop van Oost

Toelichting Kop van Oost

Voortgang inhoudelijk
Het bestemmingsplan Kop van Oost is eind 2021 onherroepelijk vastgesteld. Het plan bestaat uit 4 fases waarin circa 120 woningen en appartementen worden gebouwd. Nu het bestemmingsplan goedgekeurd is, wordt er in de tweede helft van 2022 gewerkt aan de voorbereiding van de bouw. De prognose bij de Jaarrekening 2021 was dat onder meer de bestaande bebouwing in fase 1 van het plan werd gesloopt in 2022, waarna dit gebied bouwrijp gemaakt zal worden. Tevens was de prognose dat in 2022 de eerste grond van fase 1 wordt uitgegeven, waarna de woningbouw start. Dit heeft vertraging opgelopen vanwege een verschil van inzicht met de ontwikkelaar. Op dit moment is fase 1 in verkoop gegaan en zal fase 1 in 2022 bouwrijp gemaakt worden. De eerste opbrengsten zullen einde jaar binnenkomen. Naar verwachting worden in 2025 de laatste gronden uitgegeven en kan het woonrijp maken (en daarmee ook het project) in 2026 afgesloten worden. 

 

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een tekort van € 2.685.000 per 1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2021 wordt het tekort nu geraamd op € 2.674.000. Het resultaat valt daarmee € 11.000 positiever uit. Dit is tevens de mutatie van de verliesvoorziening bij de Begroting 2023 (tabel 1).
De kosten zijn geïndexeerd met 8% waardoor de kosten voor bouw- en woonrijp maken hoger zijn geworden. De kosten voor tijdelijk beheer zijn naar beneden bijgesteld, omdat uit de boekingen uit de afgelopen jaren is gebleken dat deze kosten lager uitvallen. 


Verschil jaarschijf 2022

Voor het project Kop van Oost is bij de Jaarrekening 2021 voor de jaarschijf 2022 € 437.000 aan baten geraamd. De prognose bij de Begroting 2023 voor jaarschijf 2022 is dat er € 328.000 aan baten gerealiseerd zal worden. Een verschil van € 109.000 lagere opbrengsten. Dit verschil is te verklaren doordat de subsidie van de provincie nog niet is ontvangen. 
 
Bij de Jaarrekening 2021 is voor de jaarschijf 2022 € 1.206.000 aan lasten geraamd. In 2022 is er 
€ 630.000 aan lasten gerealiseerd. Een verschil van € 576.000 lagere kosten. Dit verschil is te verklaren doordat de verwachting was dat fase 2 ook in 2022 bouwrijp gemaakt zou worden en dat er gestart zou zijn met het woonrijp maken van fase 1. Dit is door de vertraging echter verderop in de tijd geschoven. 

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:
-    Extra saneringskosten: Onduidelijk is of de saneringskosten, gezien het huidige gebruik, voldoende zijn meegenomen. Deze onzekerheid is opgevoerd in de risicoanalyse.
-    Extra plankosten: Langere doorlooptijd project door verschil van inzicht over planuitvoering. Dit heeft als gevolg mogelijk externe inhuur en hogere interne kosten. 
-    Subsidie komt te vervallen: voor het project is een subsidie toegekend welke eisen stelt aan start bouw. Op dit moment is er nog niet gestart met de bouw en daardoor komt de toegekende subsidie in gevaar.

-    De Raad van State procedure bij Diekink kan mogelijk gevolgen hebben voor eventuele bedrijfsverplaatsingen in de gemeente Lochem en omgeving. Bij de Kop van Oost is woningbouw voorzien. Om dit mogelijk te maken zullen bedrijven mogelijk een nieuwe locatie moeten vinden bij voortzetting van de bedrijfsactiviteiten. Indien het bestemmingsplan Diekink niet vastgesteld kan worden zoals deze ter vaststelling is aangeboden, kan dit effect hebben op het project Kop van Oost. Omdat niet duidelijk is onder welke voorwaarden het bestemmingingsplan dan wel vastgesteld kan worden, is het risico voor de Kop van Oost niet goed in te schatten.

Het geraamde risico voor dit project bedraagt € 679.000. 


2.    Almen Zuid II
             
 

Toelichting Almen Zuid II

Voortgang inhoudelijk
Alle kavels zijn verkocht. De gronden zullen in 2023 woonrijp worden opgeleverd. De grondexploitatie zal per 31-12-2023 afgesloten kunnen worden.  

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een tekort van € 89.000 per 1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2023 wordt het tekort nu geraamd op € 128.000. Het resultaat valt daarmee € 39.000 negatiever uit. Dit is tevens de mutatie van de verliesvoorziening bij de Begroting 2023 (tabel 1).
Dit is te verklaren doordat de kosten voor bouw- en woonrijp maken met 8% zijn geïndexeerd. Daarnaast zal er een lichtinstallatie (ATC) gerealiseerd moeten worden ter voorkoming van lichthinder van de daarnaast gelegen tennisbaan. 

Verschil jaarschijf 2022

Voor het project Almen-Zuid II is bij de Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2022 € 162.000 aan baten geraamd. De prognose bij de Begroting 2023 voor jaarschijf is dat € 164.000 aan baten gerealiseerd zullen worden. Een verschil van € 2.000 hogere opbrengsten. Alle kavels zijn daarmee verkocht. Bij de Jaarrekening 2021 is er voor jaarschijf 2021 € 147.000 aan lasten beschikbaar geraamd. De prognose bij de Begroting 2023 voor jaarschijf 2022 is dat er € 58.000 aan lasten gerealiseerd. Een verschil van € 89.000 lagere kosten. Dit is het gevolg van het later uitvoeren van het woonrijp maken doordat de laatste kavels later in het jaar verkocht werden dan gedacht. 

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:
-    Extra kosten woonrijp maken: gezien het feit dat Almen Zuid fase IIB wellicht beïnvloed wordt door / overloopt in de ontwikkeling van Almen-Zuid IIB, kan dat extra kosten voor het woonrijp maken met zich meebrengen. De twee plannen zijn met elkaar verweven en de mogelijke extra kosten als gevolg daarvan zijn meegenomen in de risicoanalyse.
-    Extra kosten woonrijp maken: als de ontwikkeling van Almen-Zuid IIB vertraging oploopt, loopt de grondexploitatie langer door. Dit heeft als gevolg dat de kosten toenemen in verband met kostenstijging. 
-    Extra plankosten: indien de grondexploitatie langer doorloopt in verband met vertraging van Almen-Zuid IIB heeft dat als gevolg dat er extra plankosten geboekt worden.

Het geraamde risico voor dit project bedraagt is nihil en bedraagt € 1.000. 


3.    Harfsen West

Toelichting Harfsen West

Voortgang inhoudelijk
De laatste kavels zijn in 2022 verkocht. In 2023 zal de grond woonrijp gemaakt worden. De grondexploitatie kan naar verwachting per 31-12-2023 afgerond worden. 

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een overschot van € 227.000 per 1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2023 wordt het overschot nu geraamd op € 205.000. Het resultaat valt € 26.000 negatiever uit. Dit is te verklaren doordat de prognose is dat er in 2022 voor € 26.000 aan winst genomen kan worden.

Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2023 een tussentijdse winstneming geraamd van 
€ 145.000. Bij de Begroting 2023 is prognose dat er voor € 26.000 aan resultaat genomen kan worden. De winstneming valt daarmee € 119.000 lager uit. Dit is te verklaren doordat er in 2022 deels gestart is met het woonrijp maken van de gronden waardoor 75% van de kosten in 2023 vallen. Door de POC-methode verschuift daardoor een groot deel van de winstneming naar het laatste jaar. 

 

Verschil jaarschijf 2022

Voor het project Harfsen-West is bij de Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2021 € 345.000 aan baten geraamd. De prognose bij de Begroting 2023 voor jaarschijf 2022 is dat er € 346.000 aan baten gerealiseerd kan worden. Een verschil van € 1.000 hogere opbrengsten. Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2021 € 264.000 aan lasten geraamd. De prognose bij de Begroting 2023 voor jaarschijf 2022 is dat er € 146.000 aan lasten gerealiseerd kan worden. Een verschil van € 118.000 lagere kosten. Dit is te verklaren doordat 75% van de kosten voor het woonrijp maken in 2023 gemaakt zullen worden.

Project specifieke risico’s 

Het project zal volgend jaar worden afgesloten en er zijn vrijwel geen onzekerheden. Voor dit project zijn er geen noemenswaardige risico’s.  


4.    Barchem Zuid


Toelichting Barchem Zuid

Voortgang inhoudelijk
Alle kavels zijn verkocht en het woonrijp maken is afgerond. De grondexploitatie kan per 31-12-2022 worden afgesloten tegen een boekwaarde van € 887.000. 

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een tekort van € 867.000 per 1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 wordt het tekort per 31-12-2022 nu geraamd op € 880.000. Het resultaat valt daarmee circa € 13.000 negatiever uit. Dit is tevens de mutatie van de verliesvoorziening bij de Begroting 2023 (tabel 1).

Verschil jaarschijf 2022

Voor de jaarschijf 2022 zijn geen noemenswaardige verschillen. 

Project specifieke risico’s 
In verband met het afsluiten van de grondexploitatie zijn er geen risico’s. 

 

5.    Clusterlocatie Exel

Toelichting Clusterlocatie Exel

Voortgang inhoudelijk
Het project is gebaseerd op hetzelfde gemeentelijke FAB-beleid als de clustering Laren. Er zijn bij dit laatste project procedurele vorderingen gemaakt. Op dit moment ligt het vastgestelde bestemmingsplan in een beroepszaak bij de Raad van State. Omdat een belangrijke beroepsgrond het FAB-beleid is en de houdbaarheid van dit beleid niet zeker is, is er nog niet gestart met de bestemmingsplanprocedure voor Exel. Het project heeft lang stil gelegen en heeft daardoor vertraging opgelopen. In het gunstigste geval wordt er in 2023 gestart met het bouwrijp maken en is de eerste kavelverkoop in 2024. Het woonrijp maken zal aanvangen nadat de eerste kavels zijn verkocht in 2024. Naar verwachting zal de grondexploitatie per 31-12-2029 afgesloten worden. 

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een positief resultaat van € 121.000 per 1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2023 wordt het resultaat nu geraamd op € 254.000. Het resultaat valt daarmee € 133.000 positiever uit.  

Belangrijkste redenen dat de grondexploitatie positiever uitvalt is dat de grondexploitatie al enkele jaren oud was en bij de voorgaande jaarrekeningen de kosten en opbrengsten slechts geïndexeerd werden. De grondexploitatie is bij de Begroting op alle posten geactualiseerd naar nieuwe inzichten.  Dit heeft ertoe geleid dat de woningaantallen zijn toegenomen, de grondopbrengst per woning is gestegen en de kostprijs waartegen de FAB-kavels zullen worden uitgegeven ook is geactualiseerd. De kostprijs stond voorgaande jaren te laag in de grondexploitatie. Tegenover de gestegen opbrengsten staan ook gestegen kosten. De gestegen kosten hadden met name betrekking op plankosten en sloopkosten. De gestegen kosten zijn lager dan de gestegen opbrengsten en derhalve is het resultaat van de grondexploitatie positiever. 

Voor het project Clusterlocatie Exel was bij de Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2022 geen resultaatneming geprognosticeerd. Bij de Begroting 2023 is er ook geen resultaatneming gedaan.

Verschil jaarschijf 2022

Voor het project Clusterlocatie Exel zijn bij Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2022 geen baten geraamd. De prognose bij de Begroting 2023 voor jaarschijf 2022 is dat er ook geen baten gerealiseerd kunnen worden. Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2022 € 27.000 aan lasten geraamd. De prognose bij de Begroting 2023 voor jaarschijf 2022 is dat er € 32.000 aan lasten gerealiseerd kan worden. Een verschil van € 5.000 hogere kosten. 

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:

-    Extra kosten bouw-/woonrijp maken: Het bouw- en woonrijp maken moet nog plaatsvinden en is nu geraamd op basis van de voor nu bekende uitgangspunten. Het risico dat de kosten hoger uitvallen is meegenomen in de risicoanalyse.
-    Daarnaast bestaat de kans op het eventueel moeten verwijderen van funderingsrestanten, wat ook in de risicoanalyse is meegenomen.
-    Het bestemmingsplan sneuvelt bij Raad van State: als het bestemmingsplan niet wordt vastgesteld is er geen project en zal het programma aangepast moeten worden. Of, in het ergste geval, gaat het project helemaal niet door en moeten alle gemaakte kosten afgeboekt worden. 
-    Extra plankosten: als het bestemmingsplan niet wordt vastgesteld moet het programma aangepast worden, zodat daarna het bestemmingsplan wel vastgesteld wordt. Dit brengt extra plankosten met zich mee.
-    In de huidige situatie binnen het plangebied bevindt zich een bos. De bomen dienen gekapt te worden en elders gecompenseerd te worden. De hiervoor beschikbare locatie welke in eigendom is van de gemeente, lijkt hiervoor te klein te zijn. In verdere planvorming moet dit duidelijk worden. Derhalve is er rekening gehouden met het risico dat er nog gronden tegen agrarische waarde verworven moeten worden.

Het geraamde risico voor dit project bedraagt € 210.000. 


6.    Detmerskazerne Eefde

Toelichting Detmerskazerne Eefde

Voortgang inhoudelijk
De prognose is dat eind 2022 alle kavels verkocht zijn en de vorderingen van het bouw- en woonrijp maken verlopen zoals verwacht. In 2022 zal alles bouwrijp opgeleverd worden, waarna in 2023 gestart zal worden met woonrijp maken. Naar verwachting zijn alle werkzaamheden op 31-12-2024 gereed en kan de grondexploitatie worden afgesloten.

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een positief resultaat van € 29.000 per 
1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2023 wordt het resultaat nu geraamd op € 40.000. Het resultaat valt daarmee € 11.000 positiever uit. 

Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2022 € 20.000 tussentijdse winstneming geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er geen tussentijdse winst genomen kan worden. De prognose voor de winstneming valt daarmee € 20.000 hoger uit. Hiervoor is gekozen omdat het resultaat van de grondexploitatie nipt positief is. Het nemen van resultaat in 2022 kan ervoor zorgen dat, indien er in 2023 tegenvallers zijn, de winstneming weer teruggedraaid moet worden waardoor er een resultaat ten laste van de algemene reserve genomen moet worden. 

Verschil jaarschijf 2022

Er geen zijn geen noemenswaardige verschillen voor jaarschijf 2022. Het project loopt zoals verwacht.

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:
-    Extra kosten woonrijp maken: Het woonrijp maken moet nog plaatsvinden. Het risico dat de kosten hoger uitvallen is meegenomen in de risicoanalyse.

Het geraamde risico voor dit project is nihil en bedraagt € 1.000.  


7.    Etalage naar de Toekomst Deelplan 5 Holmerskamp


 

Toelichting Etalage naar de Toekomst (Holmerskamp) 

Voortgang inhoudelijk
Voor het project Holmerskamp zijn alle kavels verkocht. Er is een verschil van inzicht met de ontwikkelaar waardoor de ontwikkelaar de exploitatiebijdrage nog niet heeft betaald en er nog niet gestart is met het woonrijp maken van de gronden. Naar verwachting worden de gronden in 2023 woonrijp gemaakt en is de exploitatiebijdrage ontvangen. De grondexploitatie kan naar verwachting per 31-12-2023 worden afgesloten. 

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een tekort van € 1.669.000 per 1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2022 wordt het tekort nu geraamd op € 1.720.000. Het resultaat valt daarmee € 51.000 negatiever uit als gevolg van indexeringen, rentekosten. Dit is tevens de mutatie van de verliesvoorziening bij de Begroting 2023 (tabel 1).

Verschil jaarschijf 2022

Voor het project Holmerskamp is bij de Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2022 € 86.000 aan baten geraamd. De prognose bij de Begroting 2023 is dat er voor jaarschijf 2022 geen baten gerealiseerd kunnen worden. Een verschil van € 86.000 lagere opbrengsten. Dit komt omdat er een verschil van inzicht is met de ontwikkelaar waardoor de exploitatiebijdrage nog niet betaald is. Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2022 € 307.000 aan lasten geraamd. De prognose bij de Begroting 2023 is dat er voor jaarschijf 2022 voor € 207.000 aan lasten gerealiseerd kan worden. Een verschil van € 100.000 lagere kosten. Dit is het gevolg van het verschil van inzicht met de ontwikkelaar waardoor er nog niet woonrijp is gemaakt.

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:
-    Extra kosten woonrijp maken: Het woonrijp maken moet nog plaatsvinden. Het risico dat de kosten hoger uitvallen is meegenomen in de risicoanalyse.

Het geraamde risico voor dit project bedraagt € 43.000.

8.    Scheggertdijk 7

Toelichting Scheggertdijk 7

Voortgang inhoudelijk
Scheggertdijk betreft een grondexploitatie ten behoeve van woningbouw. De grond is reeds in eigendom van de gemeente en was verhuurd aan Doornberg. Doornberg heef de locatie verlaten. Dat betekent dat er in 2022 gestart kan worden met sloop en sanering. Vanaf 2023 zal met het bouwrijp maken gestart worden. De uitgifte van de woningbouw staat gepland vanaf 2024 tot en met 2027. Ook het woonrijp maken zal dan afgerond worden, zodat het project per 31-12-2027 afgesloten kan worden. 

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een positief resultaat van € 216.000 per 1-1-2021. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2023 wordt het resultaat nu geraamd op € 213.000. Het resultaat valt daarmee € 3.000 negatiever uit.

Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2022 geen tussentijdse winstneming geraamd. De prognose voor bij de Begroting 2023 is dat er in 2022 ook geen tussentijdse winstneming gedaan zal worden.

Verschil jaarschijf 2022

Voor het project Scheggertdijk 7 is bij de Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2022 aan € 33.000 aan baten geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er voor jaarschijf 2022 voor € 26.000 aan baten gerealiseerd kan worden. Een verschil van € 7.000 lagere opbrengsten. Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2022 € 461.000 aan lasten geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er voor jaarschijf 2022 voor € 361.000 aan lasten gerealiseerd is. Een verschil van € 100.000 lagere kosten. Dit is het gevolg van het niet starten van de werkzaamheden van het bouwrijp maken. Deze werkzaamheden starten in 2023. 

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:

-    Extra saneringskosten: er is verontreiniging aanwezig binnen het plangebied. Ten tijde dat Doornberg nog op de locatie zat kon er geen onderzoek gedaan worden. Eind 2022 zal onderzoek gedaan worden naar de verontreiniging. Dat betekent dat voor de Begroting 2023 dit onderzoek te laat komt  om de uitkomsten daarvan te verwerken. Derhalve is er inschatting gemaakt van de saneringskosten. Er is een kans dat deze te laag zijn ingeschat. 

- Voor de grondexploitatie wordt een nieuwe kostenraming opgesteld. De verwachting is dat de nieuwe kostenraming tegen gaat vallen. Hierdoor kan het resultaat voor 2023 negatiever uitvallen.

-    Lagere grondwaarde: de kavels bevinden zich in het hogere prijssegment. Ondanks makelaarsadviezen kan het zo zijn dat er geen belangstelling is voor dit prijssegment. Dat kan leiden tot een lagere verkoopprijs. 

Het geraamde risico voor dit project bedraagt € 264.000. 

 

Industrieterreinen

1.    Aalsvoort West


 

Toelichting Aalsvoort West

Voortgang inhoudelijk
De verwachting was dat in 2022 alle gronden verkocht zouden zijn. Op een kleine kavel van 623 m2 na is alles verkocht. De verwachting is dat in 2023 alles verkocht is en alles woonrijp is opgeleverd. De verwachting is dat de grondexploitatie per 31-12-2023 afgerond kan worden. 


Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een overschot van € 930.000 per 1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2022 wordt het overschot nu geraamd op € 217.000. Het resultaat valt € 899.000 negatiever uit. Dit is een vertekend beeld omdat het resultaat van de grondexploitatie niet minder wordt, maar omdat er € 687.000 winstgenomen wordt. Dat betekent dat een deel van het resultaat als winst naar de algemene reserve gaat. Los daarvan zijn de kosten geïndexeerd met 8%, dat heeft wel een negatief effect op het resultaat. 


Verschil jaarschijf 2022

Voor het project Aalsvoort-West is bij de Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2022 € 1.742.000 aan baten geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er in jaarschijf 2022 voor € 1.672.000 aan baten gerealiseerd kan worden. Een verschil van € 70.000. Dit is te verklaren doordat er 632 m2 grond in 2022 niet verkocht is. Deze inschatting was te positief. Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2022 € 626.000 aan lasten geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er in jaarschijf 2022 voor € 320.000 aan lasten gerealiseerd kan worden. Een verschil van € 306.000 lagere kosten. Reden hiervoor is dat het woonrijp maken in 2023 uitgevoerd zal worden.

Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2022 een tussentijdse winstneming geraamd van 
€ 930.00. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er voor jaarschijf 2022 voor € 687.000 aan tussentijdse winstneming genomen kan worden. Een verschil van € 243.000 lagere winstneming. Dit is het gevolg van het feit dat in 2022 niet alle kavels verkocht zijn, niet woonrijp is gemaakt en de grondexploitatie daarom niet afgesloten kon worden. 

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:

Het project zal volgend jaar worden afgesloten en er zijn vrijwel geen onzekerheden. Voor dit project zijn geen noemenswaardige risico’s.  

2.    Stijgoord 

Toelichting Stijgoord

Voortgang inhoudelijk
Het project Stijgoord verloopt moeizaam en de verkopen vallen tegen. Desondanks is de prognose dat er in 2022 wel meer verkocht zal worden dan verwacht.

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een tekort van € 153.000 per 1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 
1-1-2023 wordt het tekort nu geraamd op € 165.000. Het resultaat valt daarmee € 12.000 negatiever uit. Dit is tevens de mutatie van de verliesvoorziening bij de Begroting 2023 (tabel 1).
Reden hiervoor zijn de hogere kosten door 8% indexering en rentekosten.  Daar tegenover staat dat er extra huurinkomsten binnenkomen, welke bij de Jaarrekening 2021 nog niet van toepassing waren. 

Verschil jaarschijf 2022

Voor het project Stijgoord is bij de Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2022 € 357.000 aan baten geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er voor jaarschijf 2022 voor € 600.000 aan baten gerealiseerd kan worden. Een verschil van € 243.000 hogere baten. Deze verwachting valt veel positiever uit doordat er naar verwachting 3.800 m2 grond verkocht zal worden en omdat er extra huurinkomsten binnenkomen. Bij de Jaarrekening 2021 is er voor jaarschijf 2022 € 30.000 aan lasten geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er in jaarschijf 2022 voor € 66.000 aan kosten worden gemaakt. Een verschil van € 36.000 hogere kosten. Dit is met name te verklaren door de renteboeking. 

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:

-    Extra kosten woonrijp maken: tijdens de actualisatie is samen met een civiel adviseur gekeken naar de raming. De raming lijkt voldoende, echter bestaat er altijd een risico dat de kosten overschreden worden. Zeker in de huidige tijd van prijsstijgingen.  

Het geraamde risico voor dit project bedraagt € 43.000. 

3.    TKF

Toelichting TKF

Voortgang inhoudelijk
In het oostelijk deel is de prognose dat de bouwkavel verkocht wordt. Hier gaat Stemin zijn nieuwe bedrijfspand neerzetten. Zij verhuizen vanwege de Kop van Oost van de Hanzeweg naar het oostelijke deel van de TKF. De overeenkomst hiervoor met Stemin is al getekend en naar verwachting zal in 2022 de overdracht plaatsvinden. Het bouwrijp maken is gereed. Ook het woonrijp maken zal in 2023 afgerond worden. Naar verwachting kan de grondexploitatie per 31-12-2023 afgesloten worden.

Financieel
De grondexploitatieberekening bij de Jaarrekening 2021 raamde een tekort van € 176.000 per 1-1-2022. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2023 wordt het tekort nu geraamd op € 236.000. Het resultaat valt daarmee € 60.000 negatiever uit. Dit is tevens de mutatie van de verliesvoorziening bij de Begroting 2023 (tabel 1).
Reden hiervan is de indexatie van 8% op het woonrijp maken, hogere plankosten doordat het plan een intensievere planbegeleiding vergt om af te ronden en rentekosten.  


Verschil jaarschijf 2021

Voor het project TKF is bij Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2022 € 1.061.000 aan baten geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er in jaarschijf 2022 voor € 725.000 aan baten gerealiseerd kan worden. Een verschil van € 336.000 lagere baten doordat een subsidie nog niet verstrekt is. 
Bij de Jaarrekening 2021 is voor jaarschijf 2022 € 70.000 aan lasten geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er in jaarschijf 2022 voor € 39.000 aan lasten gerealiseerd kunnen worden. Een verschil van € 31.000 lagere kosten. Dit is het gevolg van het doorschuiven van het woonrijp maken naar 2023. Daar tegenover staan hogere kosten voor voorbereiding en toezicht omdat het plan intensievere planbegeleiding vergt om het plan af te sluiten. 

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:
-    Extra kosten woonrijp maken: tijdens de actualisatie is samen met een civiel adviseur gekeken naar de raming. De raming lijkt voldoende, echter bestaat er altijd een risico dat de kosten overschreden worden. Zeker in de huidige tijd van prijsstijgingen.  

Het geraamde risico voor dit project is nihil en bedraagt € 2.000. 

 

4.    Diekink

Toelichting Diekink

Voortgang inhoudelijk
Het bestemmingsplan en de grondexploitatie Diekink zijn in 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit gebeurde in de raadsvergadering van 7 december 2020. Tegen dit bestemmingsplan is beroep ingesteld bij de Raad van State. De start van het bouwrijp maken wordt daarom uitgesteld totdat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Dit plan heeft een capaciteit van 5,5 hectare te verkopen industrieterrein. Als gevolg van het instellen van het beroep is de fasering wederom een jaar doorgeschoven. Start bouwrijp maken is nu gepland in 2023. De eerste verkoop is gepland in 2023 en de laatste in 2027. Naar verwachting worden de laatste werkzaamheden in 2027 afgerond, waarna het project kan worden afgesloten. 

Financieel
De grondexploitatieberekening Jaarrekening 2021 raamde een tekort van € 462.000 per 1-1-2023. Door de actualisatie van de grondexploitatieberekening bij de Begroting 2023 per 1-1-2021 wordt het tekort nu geraamd op € 660.000. Het resultaat valt daarmee € 198.000 negatiever uit. Dit is tevens de mutatie van de verliesvoorziening bij de Begroting 2023 (tabel 1).
Belangrijke redenen zijn de rentekosten, de indexatie van bouw- en woonrijp maken voor 8%, en de verhoogde plankosten naar aanleiding van de gestegen kosten voor bouw- en woonrijp maken. Daartegenover staat 1% opbrengstenstijging van de kavels. Dit is niet genoeg om de kostenstijging te dekken.


Verschil jaarschijf 2021

Voor het project Diekink zijn bij de Jaarrekening 2021 voor jaarschijf 2022 geen baten geraamd. In 2021 is er € 8.000 aan baten gerealiseerd. Een verschil van € 8.000. Bij de Jaarrekening 2021 is er voor jaarschijf 2021 € 888.000 aan lasten geraamd. Bij de Begroting 2023 is de prognose dat er in jaarschijf 2022 voor € 97.000 aan kosten gerealiseerd worden. Een verschil van € 791.000 hogere kosten. Dit heeft als reden omdat grote kostenposten zoals sloop en bouw- en woonrijp maken doorgeschoven zijn naar 2023. 

Project specifieke risico’s 
Naast de standaard ramingsonzekerheden zijn onderstaande projectspecifieke risico’s in de risicoanalyse meegenomen:

-    Extra kosten bouw- en woonrijp maken: Het bouw- en woonrijp maken moet nog plaatsvinden. Het risico dat de kosten hoger uitvallen is meegenomen in de risicoanalyse.
-    Opbrengsten kavelverkoop: Aan de opbrengstenkant is een bandbreedte meegenomen in de risicoanalyse. De opbrengsten worden in de komende jaren gerealiseerd en in de risicoanalyse is een eventuele lagers kavelprijs én een eventuele hogere kavelprijs meegenomen. De risico’s aan de opbrengstenkant zijn echter flink toegenomen door de stijgende rentes. Door de stijgende rentes neemt de mogelijkheid tot financiering af waardoor er minder geleend kan worden. 

-    Tegen het bestemmingsplan is beroep ingesteld bij de Raad van State. Gevolg van dit beroep is dat de looptijd van de grondexploitatie langer zal zijn dan waar eerder rekening mee is gehouden. De grondexploitatie is vanwege het beroep bijgesteld in looptijd. Echter bestaat het risico dat de looptijd vanwege het beroep nog langer zijn zal. In de risico analyse is uitgegaan van maximaal 2 jaar vertraging. 
-    De verwachting is dat het bestemmingsplan na het beroep zonder wijzigingen zal worden vastgesteld. Echter is er een kans dat het bestemmingsplan geen doorgang kan vinden zoals deze nu ter vaststelling is aangeboden. Onder welke voorwaarden het bestemmingsplan dan wel vastgesteld zou kunnen worden is onduidelijk. Om die reden is het risico van deze procedure niet goed in te schatten.

Het geraamde risico voor dit project bedraagt € 149.000. 

 

Totaaloverzicht resultaten complexen
Onderstaande tabel is een overzicht waarbij de eindwaarden worden getoond voor de grondexploitaties. Omdat wij verliesvoorzieningen waarderen tegen contante waarde, tonen we deze ook.
We vergelijken de verwachte resultaten van de grondexploitaties op eindwaarde en contante waarde. Bij de contante waarde vertalen we de resultaten naar 1 januari 2023. Dit is de waarde van het eindresultaat van de grondexploitaties teruggerekend naar 1 januari 2023. Ook brengen we de eindresultaten van de grondexploitaties in beeld op eindwaarde. Daarbij tonen we de resultaten aan het eind van de looptijd van het plan.


Tabel 2. Overzicht contante waarde – eindwaarde actieve bouwgrondexploitaties


Toelichting particuliere grondexploitaties
Bij particuliere grondexploitaties regelen wij zoveel mogelijk het kostenverhaal vooraf via een overeenkomst of de legesverordening. 
In 2022 zijn voor diverse plannen kosten gemaakt voor de voorbereiding van de ontwikkeling van toekomstige bouwlocaties in de gemeente. Dit resulteerde in een toename van de verliesvoorziening bij particuliere exploitaties. Het saldo van de verliesvoorziening was op 1 januari 2022 -/-  € 36.557 en per 31 december 2022 -/-  € 36.874. Dit is specifiek voor die plannen waarvoor nog geen overeenkomst is gemaakt. 

Bij de onderhandelingen over de overeenkomsten wordt een maximaal bedrag afgesproken als exploitatiebijdrage om de kosten van de gemeente te dekken. Soms blijkt dit bedrag niet voldoende te zijn. Dit deel kan niet in rekening worden gebracht op grond van de overeenkomst. Het teveel aan gemaakte kosten komt dan voor rekening van de gemeente. In 2022 is dit bedrag € 56.000 en dit bedrag komt ten laste van het resultaat 2022.


Tabel 3. Overzicht particuliere grondexploitaties
 


Toelichting particuliere grondexploitaties

1. Barchemse Bos 
Het voornemen van de initiatiefnemer van dit plan is het bouwen van zes woningen, welke middels een openbare weg worden ontsloten op de Borculoseweg. Gezien de locatie en de grootte van de percelen, betreffen het woningen uit het duurdere segment. Het bestemmingsplan is door de raad vastgesteld.

2. Borculoseweg 
Dit is een plan in Barchem aan de Borculoseweg 6. De initiatiefnemer is van plan de bebouwing ter plaatse te slopen en hier acht energiezuinige seniorenappartementen te realiseren voor de verhuur. Het voornemen voorziet in een passende functie voor de locatie en resulteert in een op de toekomst gerichte woonlocatie. Het bestemmingsplan is onherroepelijk. De projectontwikkelaar gaat dit jaar starten met de bouw van de woningen. 

3. Cluster Laren 
Op 23 april 2020 is het bestemmingsplan ‘FAB Clustering Laren, herstelbesluit’ in procedure gebracht. Het bestemmingsplan ‘FAB Clustering Laren, herstelbesluit’ beoogt vanuit een goede ruimtelijke ordening, volgens, in overeenstemming met het gemeentelijk FAB-beleid, de clustering van vier FAB-woningen mogelijk te maken. Met het opnemen van twee nieuwe slooplocaties, worden voldoende bouwrechten ingebracht en is het geconstateerde gebrek hersteld. Het bestemmingsplan ‘FAB Clusterlocatie Laren’ is vervolgens op 26 oktober 2020 vastgesteld. Daarmee wordt ook recht gedaan aan de achtergebleven slooplocaties Dortherweg 30 Epse en Beekvliet 7 Barchem, die daarmee ook kunnen voldoen aan de sloopverplichting en landschappelijke inpassing. 
 
Tegen het vastgestelde bestemmingsplan is beroep ingesteld. Daarnaast is een voorlopige voorziening aangevraagd om de werking van het bestemmingsplan te schorsen. Op 29 oktober 2021 heeft de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toegewezen. Een zittingsdatum voor de inhoudelijke behandeling van de bodemprocedure is nog niet bekendgemaakt.
 
4. De Cloese (afsluiten per 31-12-2022)
Aan de Keppellaan in Lochem is kasteel De Cloese gelegen. Jaren geleden heeft de politieschool het kasteel en het bijbehorende terrein verlaten, waardoor de locatie in aanmerking komt voor een andere invulling. In 2015 is er een overeenkomst met de ontwikkelaar gesloten voor de realisatie van 17 woningen. Het plan is gerealiseerd en de laatste exploitatiebijdrage zal dit jaar door de ontwikkelaar betaald worden. Het project kan per 31-12-2022 worden afgesloten. 

5. De Smid Epse 
De ontwikkelaar was voornemens om langs de Deventerweg, ter plaatse van het huidige restaurant “De Smid”, een hotelontwikkeling tot stand te brengen. De Raad van State heeft echter dat hotelplan in 2018 afgekeurd, omdat de behoefte aan zo’n accommodatie met tachtig kamers niet was aangetoond. Inmiddels is de locatie verkocht. 

6. Laren IV (afsluiten per 31-12-2022)
Het plan Laren IV is de woningbouwontwikkeling aan de noodwestzijde van Laren, de 85 woningen zijn gerealiseerd. Het project kan per 31-12-2022 worden afgesloten. 

7. Polsvoort (afsluiten per 31-12-2022)
Het plan betreft de herontwikkeling van de bedrijfslocatie Polsvoort, gelegen aan de Zutphenseweg in Lochem. De naam van de nieuwbouwwijk is: ‘Bosstaete’. De 58 woningen zijn in 2021 opgeleverd en het woonrijp maken is afgerond. Het project kan per 31-12-2022 worden afgesloten. 

8. Rabobank Lochem (afsluiten per 31-12-2022)
Op de locatie van de voormalige Rabobank aan de Markt zijn appartementen gerealiseerd. Met de vernieuwde uitstraling heeft het pand weer een passende en prominente plaats ingenomen op de Markt. Het project kan per 31-12-2022 worden afgesloten. 

9. Reudink (afsluiten per 31-12-2022)
Het bouwproject heet ook wel Berkeloevers. Daar worden totaal 14 bouwkavels en 6 levensloopbestendige twee-onder-een-kapwoningen gerealiseerd. Aan de Nieuweweg zijn nog eens twee kavels verkocht. Het project wordt gerealiseerd op het terrein rond de voormalige molen van Reudink aan de Graaf Ottoweg. Twee plaatselijke investeerders en een projectontwikkelaar werken samen onder de naam Berkeloevers VOF. De bestemmingsplannen Berkeloevers en Nieuweweg zijn onherroepelijk. Dit plan is inmiddels opgeleverd. Het project kan per 31-12-2022 worden afgesloten.

10. Zutphenseweg 18 Laren (afsluiten per 31-12-2022)
De gemeenteraad heeft op 16 maart 2015 besloten het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Zutphenseweg 18 Laren vast te stellen. Er zijn 10 grondgebonden woningen ter plaatste van de voormalige landbouwschool in Laren gerealiseerd. Het project kan per 31-12-2022 worden afgesloten. 

11. Kokstraat 37 Eefde
De bedrijfsactiviteiten op het perceel Kokstraat 37 Eefde zijn gestaakt. De huidige eigenaar wenst de locatie te herontwikkelen voor woningenbouw. Op 19 januari 2021 heeft het college het volgende besluit genomen: “In principe medewerking verlenen aan de herontwikkeling van de bedrijfslocatie Kokstraat 37 in Eefde waarbij 8 starterswoningen en 10 comfortwoningen voor senioren worden gerealiseerd.” Om de herontwikkeling van de locatie voor woningbouw mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden herzien. Voorafgaand aan de start van de bestemmingsplanprocedure zal het plan nader worden uitgewerkt en de benodigde onderzoeken worden uitgevoerd en getoetst.