Verwerken van wijzigingen in de Jeugdwet

Omschrijving (toelichting)
Wat gaan we (extra) doen
De vernieuwingen in de Jeugdwet verschuiven naar 2022 en 2023. De hieruit voortvloeiende wijzigingen in de gemeentelijke verordening en beleidsregels komen ook in 2022 en 2023.
De wijzigingen in de Jeugdwet leiden mede tot een hervormingsagenda Jeugd. Het ministerie, de VNG, zorgaanbieders en cliënten stellen deze op. Het rijk stelde, onder voorbehoud van definitieve besluitvorming door het nieuwe kabinet, voorlopig extra geld beschikbaar. Dit geld is ter compensatie van de tekorten in de Jeugdhulp, maar moet ook gebruikt worden in de lijn van de hervormingsagenda. Ook komen daarin kaders en richtlijnen waar de gemeentelijke toegang aan moet voldoen. Op onze beurt werken wij deze uit samen met de Zorgregio in lokale regels en afspraken.
De wijziging van het woonplaatsbeginsel zal in beleid en uitvoering nog uitwerking vragen.
Wat kost het
In de Bestuursrapportage 2021 verwerkten wij de voorlopige extra gelden. De provincies als financieel toezichthouders, hanteren het uitgangspunt dat in het kader van behoedzaamheid, gemeenten voor 2023 en verder 75% van de voorlopige toezegging mogen inboeken. Wij reserveerden vooralsnog 50% van de voorlopig toegezegde extra middelen Jeugdhulp op een stelpost in afwachting van de definitieve verdeling en beleidsmaatregelen die we als gemeente moeten nemen. De afgelopen jaren hebben we altijd zo reëel mogelijk begroot. Eerdere tekorten kwamen ten laste van de algemene middelen. De overige 25% valt daarom nu vrij ten gunste van de algemene middelen.
Benodigde extra uren en inzet door ’t Baken of beleid zijn afhankelijk van de benodigde wijzigingen. Dat kan uit de extra gelden worden betaald.
Ten tijde van het opstellen van de Begroting 2022, vond besluitvorming door de gemeenteraad over de Bestuursrapportage 2021 nog niet plaats.