Financieel kader
Zoals in de inleiding aangegeven is de kaderbrief inhoudelijk en financieel beperkt. Daarnaast zijn we in afwachting van de uitkomsten van de meicirculaire 2026. Hierin zijn de financiële gevolgen van het coalitieakkoord van de nieuwe regering verwerkt. De meicirculaire verschijnt naar verwachting rond 1 juni 2026. Hierna zullen we deze uitwerken en de uitkomsten voor ons als gemeente Lochem in beeld brengen. De meicirculaire verschijnt te laat om de financiële gevolgen te verwerken in deze kaderbrief. Over de uitkomsten informeert het college de raad met een afzonderlijke memo voorafgaand aan de besluitvorming over deze kaderbrief.
In deze kaderbrief kijken we naar de bijstellingen van de lopende budgetten en onvermijdelijke en wettelijke activiteiten. De besluitvorming over onder andere de integrale afweging van activiteiten, het beschikbaar stellen van budgetten en het structureel sluitend zijn van het financieel perspectief volgt bij de Begroting 2027.
Met het opstellen van de Bestuursrapportage 2026 actualiseren we het begrotingsjaar 2026. Financiële afwijkingen brengen we in beeld met een doorkijk naar de eventuele structurele gevolgen voor de jaren 2027 en verder. Het financieel perspectief vanuit de bestuursrapportage inclusief meicirculaire 2026 is dan ook een belangrijk vertrekpunt voor het opstellen van de Begroting 2027.
Financiële ruimte
Terug naar navigatie - Financieel kader - Financiële ruimteOns begrotingssaldo staat structureel onder druk vanaf 2028. Om het structureel begrotingssaldo financieel te verbeteren is er een aantal ‘knoppen om aan te draaien’ zoals ombuigingen door bijvoorbeeld te bezuinigen op de uitgaven of inkomsten te verhogen en de inzet van de algemene reserve.
1. Ombuigingen
In 2024/2025 doorliepen we als college samen met de raad een proces met betrekking tot de ombuigingen richting het sluitend maken van de Begroting 2026.
In de Begroting 2026 zijn meerjarige ombuigingen opgenomen van € 2,7 miljoen in 2026 oplopend naar € 4,3 miljoen in 2029. Hierin zit een extra verhoging van de OZB vanaf 2028 (extra opbrengst € 435.000). De definitieve besluitvorming hierover is aan u als nieuwe gemeenteraad. Dit geldt ook voor de toeristenbelasting vanaf 2027 (€ 150.000 extra opbrengst) en forensenbelasting vanaf 2027 (€ 125.000 extra opbrengst oplopend naar € 153.000 in 2029). Een aantal ombuigingsvoorstellen zijn uiteindelijk niet opgenomen in de Begroting 2026. Deze voorstellen kunnen in de toekomst gebruikt worden om de (meerjaren-)begroting sluitend te maken.
Een groot deel van de kosten in onze huidige begroting is niet-beïnvloedbaar. Dan gaat het om ca. 80%. Dat betreft € 90 miljoen. Als er nieuwe ambities zijn (met een structureel karakter) dan betekent dat ook in beeld gebracht moet worden wat we als gemeente niet meer doen. Keuzes maken en het voorkomen van een stapeling van ambities die niet haalbaar zijn in de tijd, geld en bemensing helpen om teleurstellingen te voorkomen.
Structureel zijn de financiële opties dus beperkt. We voorzien in 2028 wederom een begrotingstekort. De grootte van het begrotingstekort is afhankelijk van rijksbeleid en eigen keuzes.
2. Inzet algemene reserve als inzet voor het structurele begrotingstekort
Naast ombuigingen is het mogelijk een beperkt deel van de algemene reserve in te zetten. Het inzetten van de algemene reserve heeft invloed op het weerstandsvermogen.
Het inzetten van de algemene reserve is niet onbeperkt. Eind 2030 zit er naar verwachting € 28,8 miljoen vrij te besteden in de algemene reserve. Dit is exclusief het jaarrekeningresultaat 2025 en de resultaatbestemming. Op het moment van het opstellen van deze kaderbrief worden de jaarstukken 2025 nog gecontroleerd door de accountant. Daarom nemen we het voorlopig rekeningresultaat van € 7,4 miljoen minus het bedrag van € 1,8 miljoen dat we inzetten voor de over te hevelen budgetten hierin nog niet mee.
De algemene reserve is op een aantal manieren in te zetten, zoals ook beschreven in de nota reserves en voorzieningen 2026 (vastgesteld door u op 3 maart 2026).
- Als buffer in ons weerstandsvermogen om risico’s op te vangen;
- Incidentele uitgaven en tekorten dekken;
- Als tijdelijke dekking voor een structureel begrotingstekort.
In de nota reserves en voorzieningen 2026 gaven we aan bezig te gaan met een nieuwe bestemmingsreserve voor toekomstige opgaven (ontwikkelingen schaalsprong) die we voeden vanuit o.a. de algemene reserve. De vorming en uitwerking van deze nieuwe bestemmingsreserve voor toekomstige opgaven/ontwikkelingen schaalsprong komt terug in de Begroting 2027. Op dat moment neemt u ook een definitief besluit over het instellen van de reserve. We brengen bij het onderzoek naar het vormen van deze nieuwe bestemmingsreserve ook in beeld wat het minimale niveau van onze algemene reserve moet zijn. Dit niveau is mede gerelateerd aan de geschatte omvang van de risico's.
Het is wettelijk toegestaan om een beperkt deel van de algemene reserve in te zetten als dekking bij een structureel begrotingstekort. Hiervoor zijn onderstaande kaders vastgesteld:
- Alleen het deel waar geen bestemming aan is gegeven kan worden ingezet.
- Het deel dat nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit) kan niet worden ingezet.
- Van het deel waar geen bestemming aan is gegeven en dat niet dient ter dekking van risico’s, kan jaarlijks maximaal 10% ingezet worden ter dekking van structurele exploitatielasten.
- De solvabiliteit (verhouding eigen vermogen/totaal vermogen) dient groter of gelijk aan 20% te blijven.
- Het weerstandsvermogen dient naar het oordeel van de toezichthouder voldoende te zijn. Dit houdt in dat er een adequate risico-inventarisatie moet zijn.
Ons financieel beleid is om de inzet van de algemene reserve voor het afdekken van structurele begrotingstekorten te beperken. De algemene reserve is beschikbaar om incidentele tegenvallers in de begroting op te vangen. Dit geeft in de regel de tijd om tekorten in de begroting met structurele maatregelen op te vangen.
Onderstaand volgt ter toelichting de financiële uitwerking van het maximaal jaarlijks in te zetten deel van de algemene reserve, ervan uitgaande dat een deel wordt ingezet ter dekking van het structureel begrotingstekort:
Bedragen x € 1.000 |
1-1-2027 |
1-1-2028 |
1-1-2029 |
1-1-2030 |
|---|---|---|---|---|
Stand Algemene reserve |
€ 33.923 |
€ 30.809 |
€ 22.951 |
€ 20.923 |
Structurele risico's |
-€ 1.708 |
-€ 1.708 |
-€ 1.708 |
-€ 1.708 |
Incidentele risico's |
-€ 1.071 |
-€ 1.071 |
-€ 1.071 |
-€ 1.071 |
Beschikbare ruimte |
€ 31.144 |
€ 28.030 |
€ 20.172 |
€ 18.144 |
Maximale inzet 10% (van de beschikbare ruimte) |
€ 3.114 |
€ 2.803 |
€ 2.017 |
€ 1.814 |
Vanuit de reservepositie zijn er opties om te investeren en tijdelijk (incidentele of structurele) begrotingstekorten te dekken. Dekking vanuit de algemene reserve is echter geen structurele oplossing om begrotingstekorten te dekken.
Na het financieel perspectief volgt de toelichting op de onderdelen in het financieel perspectief.
bedragen x € |
- = nadeel |
|||
|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Saldo Begroting 2026 |
1.472.000 |
1.039.000 |
1.126.000 |
1.126.000 |
A. Raadsbesluiten met financiële gevolgen: |
||||
Aanpassingen vier brandweerkazernes (raad 13-10-2025) |
36.000 |
-18.000 |
-18.000 |
-18.000 |
Nieuwe zwembaden Almen en Gorssel (raad 10-11-2025)* |
292.000 |
-89.000 |
-89.000 |
-89.000 |
Vervangen brug Mettrayweg - Oude Eefse beek (Eefde) (raad 8-12-2025) |
-13.000 |
-13.000 |
-13.000 |
-13.000 |
B. Financiële bijstellingen going-concern: |
||||
I. Septembercirculaire 2025 |
187.000 |
-75.000 |
-208.000 |
-208.000 |
II. Decembercirculaire 2025 |
-31.000 |
-30.000 |
-29.000 |
-27.000 |
III. Stelpost onderuitputting jaarrekening |
-150.000 |
-150.000 |
-150.000 |
-150.000 |
IV. Actualisatie jaarschijf 2030 |
918.000 |
|||
C. Onvermijdelijke en wettelijke activiteiten kaderbrief 2027 |
-818.500 |
-877.500 |
-888.500 |
-885.500 |
Saldo Kaderbrief 2027 |
974.500 |
-213.500 |
-269.500 |
653.500 |
Waarvan: |
||||
Incidenteel begrotingssalo |
-525.000 |
-123.000 |
27.000 |
27.000 |
Structureel begrotingssaldo |
1.499.500 |
-90.500 |
-296.500 |
626.500 |
Toelichting financieel perspectief
Terug naar navigatie - Financieel kader - Toelichting financieel perspectiefHieronder lichten we de onderdelen uit het financieel perspectief toe:
A. Raadsbesluiten met financiële gevolgen
Terug naar navigatie - Financieel kader - A. Raadsbesluiten met financiële gevolgenIn de periode van 13 oktober 2025 tot en met de raad van 3 maart 2026 zijn diverse raadsbesluiten genomen met financiële gevolgen. De financiële gevolgen verwerkten we in het financieel perspectief. *) Over de stand van zaken van de nieuwbouw zwembaden Gorssel en Almen informeerde het college de raad met een memo op 9 april 2026. De financiële consequenties van de realisatie van de duikkuil in Gorssel zitten niet in het financieel perspectief, maar verwerken wij in de Bestuursrapportage 2026.
B. Financiële bijstellingen lopende budgetten
Terug naar navigatie - Financieel kader - B. Financiële bijstellingen lopende budgettenIn het financieel perspectief verwerkten wij een viertal financiële bijstellingen op going-concern onderwerpen (lopende budgetten). Dit betreffen:
I. Septembercirculaire 2025; De septembercirculaire is een herziene opgave van het geld dat we van het Rijk ontvangen, op basis van de Miljoenennota 2026 van het Rijk (Prinsjesdag). De strekking van de circulaire is voor ons structureel financieel ongunstig. Hierover informeerden wij de gemeenteraad via een memo op 14 oktober 2025.
II. Decembercirculaire 2025; De decembercirculaire is een herziene opgave van het geld dat we van het Rijk ontvangen, op basis van de Najaarsnota 2025 van het Rijk. De strekking van de circulaire is voor ons structureel financieel ongunstig.
III. Stelpost onderuitputting jaarrekening; In de begroting houden we elk jaar rekening met een positief jaarrekeningresultaat van € 150.000 (stelpost onderuitputting). De provincie heeft bij de beoordeling van de Begroting 2026 aangegeven deze algemene stelpost niet meer toe te staan. Wij passen het begrotingssaldo aan met bovenstaande mutatie. Dit is voor ons structureel financieel ongunstig.
IV. Actualisatie jaarschijf 2030; Elk jaar komt er een jaarschijf bij in onze financiële administratie. Daarbij wordt een kopie van de voorlaatste jaarschijf gemaakt. In dit geval het jaar 2029 naar 2030. In de jaarschijf 2030 zijn mutaties die niet in de jaarschijf 2029 voorkomen. Hier stellen we de jaarschijf 2030 op bij. In dit geval een positief effect in 2030. De belangrijkste mutaties betreffen het accres (‘groei’) van het gemeentefonds (€ 764.000) en de indexering van de belasting- en legesopbrengsten met 2% (€ 222.000).
Beslispunt 1:
De vier financiële bijstellingen structureel (onderdeel B van het financieel perspectief, hoofdstuk Financieel Kader) opnemen in de meerjarenraming 2027-2030.
C. Onvermijdelijke en wettelijke activiteiten Kaderbrief 2027
Terug naar navigatie - Financieel kader - C. Onvermijdelijke en wettelijke activiteiten Kaderbrief 2027Vanwege de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 beperken de voorgenomen activiteiten zich tot de onvermijdelijke en wettelijke. We nemen alleen onderwerpen op die aan één van de volgende criteria voldoen:
1. die de raad de afgelopen periode vaststelde en niet zijn verwerkt in de begroting.
2. waarbij sprake is van een expliciete wettelijke taak. Bijvoorbeeld omdat er een concrete wetswijziging is ingetreden.
3. die voldoen aan de drie o’s van onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar.
Dit alles met als doel het opstellen van de Begroting 2027 te starten vanuit een actueel en reëel perspectief. Na de verkiezingen zal het nieuwe college het (nieuwe) beleid voor de volgende bestuursperiode richting geven.
In het volgende hoofdstuk vindt u de onvermijdelijke en wettelijke activiteiten met toelichting.