Hoofdstuk 3 Financieel kader

Inleiding

Met de Kadernota 2022 actualiseren wij het financiële beeld. Ten tijde van het vaststellen van de Begroting 2021 november vorig jaar gaven wij aan dat de financieel onzekere tijden aanhouden. De meerjarenbegroting 2021 is vastgesteld met jaarlijkse tekorten. Op dat moment was het niet raadzaam verdergaande bezuinigingsmaatregelen door te voeren. Wij kozen voor een financiële pas op de plaats. De onzekere tijden zijn nog niet voorbij. Landelijke besluitvorming op belangrijke dossiers als Jeugdzorg en herverdeling Gemeentefonds wordt doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. In de voorliggende kadernota geven wij aan hoe wij meebewegen met de recente ontwikkelingen.

Het financieel vooruitzicht is op termijn structureel sluitend

Het financieel vooruitzicht is op termijn structureel sluitend
Onze structurele financiële positie is nog niet gunstig. Met de Begroting 2021 namen wij voor 2021 tot en met 2024 onttrekkingen aan de algemene reserve op om de begrotingstekorten te dekken. Deze onttrekkingen zijn voor 2022 en verder nog steeds nodig om de tekorten af te dekken. Door bezuinigingsvoorstellen buigen wij het begrotingstekort 2021 van € 483.000 om in een overschot van € 1.494.500. Dit stelt ons in staat om de voorgenomen onttrekking aan de algemene reserve van € 483.000 (Begroting 2021) terug te draaien.
Meerjarig is er vanaf 2025 met € 802.000 weer sprake van een structureel sluitende begroting. Dit wordt inzichtelijk door de saldi te corrigeren met de incidentele baten en lasten. Het meerjarenoverzicht met de incidentele baten en lasten ziet u in bijlage 7.

De financiële positie na verwerking van alle voorstellen in deze kadernota ziet er zo uit:

- = nadeel  bedragen x €
  2021 2022 2023 2024 2025
Saldo Begroting 2021 -483.000 -1.459.000 -827.000 -268.000 -268.000
Onttrekkingen aan Algemene Reserve voor dekking begrotingstekort:
Begroting 2021 483.000 1.459.000 827.000 278.000 0
Saldo 0 0 0 10.000 -268.000
Moties en amendementen Begroting 2021:
A 1.1 Handhaving kwaliteit buitenruimte (ook na 2022 structurele extra inzet) 0 0 -60.000 -60.000 -60.000
Begrotingssaldo 2021 na moties en amendementen 0 0 -60.000 -50.000 -328.000
Raadsbesluiten:
Belastingverordeningen 2021, indexatie (7-12-2020) 156.000 156.000 156.000 156.000 156.000
Leussinkbad - eenmalige subsidie (11-1-2021) -145.000 0 0 0 0
Onderzoek naar (rechts-) herstel Joods vastgoed WOII (11-1-2021) -17.000 0 0 0 0
Evaluatie 't Baken uitbreiding formatie (26-4-2021) -110.000 -146.000 -146.000 -146.000 -146.000
Aanleg parkeerplaatsen SV Almen (26-4-2021)   -2.000 -2.000 -2.000 -2.000
Saldo -116.000 8.000 -52.000 -42.000 -320.000
Kadernota 2022:
Herverdeling Gemeentefonds (0% voorlopige uitkomst) 0 0 0 0 0
Invoering woonplaatsbeginsel jeugdhulp Voogdij/18+:
Korting Gemeentefonds (minder rijksinkomsten) 0 -1.630.000 -1.630.000 -1.630.000 -1.630.000
Minder lasten jeugdhulp Voogdij/18+ 0 1.630.000 1.630.000 1.630.000 1.630.000
Saldo -116.000 8.000 -52.000 -42.000 -320.000
Financiële mutaties 456.000 -20.000 -229.000 -161.000 786.000
Subtotaal 340.000 -12.000 -281.000 -203.000 466.000
Bezuinigingsvoorstellen 1.214.000 844.000 839.000 839.000 839.000
Subtotaal 1.554.000 832.000 558.000 636.000 1.305.000
Nieuw beleid:
Nieuw beleid - onuitstelbaar & onvermijdelijk -35.000 -684.000 -334.000 -581.000 -581.000
Nieuw beleid - ambitie -24.500 -587.000 -70.000 -70.000 -20.000
Subtotaal 1.494.500 -439.000 154.000 -15.000 704.000
Onttrekking Algemene Reserve -483.000 439.000 0 0 0
Saldo vooruitzicht Kadernota 2022 1.011.500 0 154.000 -15.000 704.000
Saldo van incidentele baten en lasten 1.238.500 -631.500 -666.000 -117.000 98.000
Structureel begrotingssaldo 2.250.000 -631.500 -512.000 -132.000 802.000

Externe factoren spelen een belangrijke rol bij de gemeentelijke financiën. Zo is nog onduidelijk hoe de herverdeling van het Gemeentefonds uitpakt. Besluitvorming hierover loopt nog. Maar ook speelt landelijk de discussie rond het afschaffen van het abonnementstarief Wmo, de opschalingskorting in het Gemeentefonds en de extra structurele middelen Jeugdhulp die gemeenten vragen.
Dit alles speelt ten tijde van de coronacrisis waarvan het onzeker is hoe die verder uitpakt en ingrijpt op de economische ontwikkelingen.

Er vindt een herverdeling van het Gemeentefonds plaats

Wij ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Wij bepalen zelf waar we dit geld aan besteden. De afgelopen twee jaar heeft het Rijk samen met de VNG gewerkt aan een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Een nieuwe verdeling is nodig omdat de huidige verdeling niet meer goed aansluit bij de kosten van gemeenten. Dit geldt vooral voor het sociaal domein. Daarnaast is de manier waarop de verdeling rekening houdt met de verschillen in eigen inkomsten tussen gemeenten sinds 1997 niet meer geactualiseerd. Ook bestaat er al langer de behoefte de verdeling eenvoudiger te maken.

Het doel van de herverdeling is iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat ze een gelijkwaardig voorzieningenniveau kan realiseren tegen gelijke belastingdruk. Inwoners moeten in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar iemand woont.

Het Rijk past de planning aan
Het huidige demissionaire kabinet neemt geen besluit meer over de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Dat laat zij over aan het nieuw te vormen kabinet. Daardoor is de invoering van de herverdeling voorzien in 2023. De minister diende een adviesaanvraag in bij de Raad voor het Openbaar bestuur (ROB). Na beoordeling van het advies door de ROB consulteert de minister de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De minister verwacht begin juni met een aangepast verdeelvoorstel herverdeling gemeentefonds te komen. Eerder werd verwacht dat dit al in april gereed zou zijn. Reden voor deze aanpassing van de planning zijn:

  • De ROB heeft in een tussenbericht gevraagd om eerst meer toelichting te geven bij de keuzes en effecten
  • De reacties van de ROB en gemeenten zijn aanleiding om het verdeelvoorstel nog een keer kritisch tegen het licht te houden
  • Voor één van de verdeelmaatstaven in het sociaal domein is een betere bron beschikbaar.

De vertraging betekent dat de bestuurlijke consultatie van gemeenten doorschuift. Het is de verwachting dat deze vlak vóór of vlak ná de zomer zal zijn. De VNG gaf aan in dit proces zorgvuldigheid te verkiezen boven snelheid.

De voorlopige uitkomsten van de herverdeling Gemeentefonds zijn onzeker
Eerdere berichten spraken over mogelijk fors negatieve gevolgen voor gemeenten in onze regio. De nu voorlopige uitkomst van de herverdeling gemeentefonds is voor ons positief. Een mogelijk structureel voordeel van € 815.000. Bij de invoering komt er een overgangstermijn van 4 jaar met maximaal € 15 per inwoner per jaar. Dit betekent dat het mogelijke voordeel in 2023 € 510.000 is. Vanaf 2024 komt hier € 305.000 bij, zodat het totaal mogelijke voordeel € 815.000 is.

Hier zijn echter nog verschillende onzekerheden bij:

  • De uitkomsten kunnen wijzigen door het advies van de Raad voor het Openbaar bestuur en consultatie van de VNG. Ook moet nog besluitvorming plaatsvinden door het nieuwe kabinet.
  • Het voorlopige herverdelingsvoorstel is gebaseerd op de cijfers 2017. Voor de consultatie van de VNG worden cijfers uit 2019 gebruikt met als gevolg gewijzigde uitkomsten. De definitieve herverdeling in 2023 vindt plaats op basis van dan actuele cijfers. Na 2018 zijn enkele forse aanpassingen gedaan in de berekening van de algemene uitkering. Die kunnen leiden tot andere uitkomsten.
  • Gemeenten met een nadeel gaan lobbyen voor tegemoetkoming. De omvang van het gemeentefonds blijft gelijk dus dat gaat ten koste van de andere gemeenten.
  • In 2025 volgt een evaluatie waardoor de uiteindelijke herverdeling na de overgangstermijn van 4 jaar in 2027 nog aangepast kan worden.

Vanwege de onzekerheden boeken wij de huidige positieve uitkomst van de herverdeling Gemeentefonds niet in. Met het opstellen van de Begroting 2022 wegen wij opnieuw af of het verantwoord is de bijgestelde financiële uitkomsten van de herverdeling te verwerken in de begroting.

Per 1 januari 2022 verandert het woonplaatsbeginsel Jeugdwet

De definitie van het huidige woonplaatsbeginsel is tijdrovend in de uitvoering en stuit op veel weerstand bij gemeenten. Het bepaalt dat de gemeente betaalt voor de jeugdigen met een voogdij-maatregel die in de gemeente wonen. Dat legt de prikkel op de verkeerde plek.
Het nieuwe woonplaatsbeginsel gaat er vanuit dat die gemeente betaalt waar de jeugdige woonachtig was, onmiddellijk voorafgaand aan zijn verblijf in een hulpverleningsinstelling. Als die gemeente niet te achterhalen is dan betaalt de gemeente waar de moeder woonachtig was op het moment van geboorte.
Lochem kent relatief veel plekken voor zware residentiele zorg. Dat betekent dat wij onder de huidige definitie voor veel kinderen van buiten Lochem relatief dure zorg bekostigen. Vanaf 2022 bekostigen wij alleen nog de zorg van de Lochemse kinderen. Wij verwachten dat de kosten van de Lochemse kinderen, die nu elders in het land zorg ontvangen, gemiddeld relatief goedkopere vormen van zorg ontvangen, dan de zorg voor de kinderen die wij nu bekostigen. Dit zou betekenen dat wij vanaf 2022 minder kosten hebben.
Daar staat tegenover dat het Rijk op basis van objectieve criteria heeft berekend welke financiële effecten dat per gemeente zou hebben. Dit heeft als gevolg dat het Rijk de gemeente Lochem in het Gemeentefonds kort voor € 48 per inwoner, totaal €1.630.000.
Voor jeugdigen van 18+ die nog jeugdhulp ontvangen geldt de werkelijke woonplaats. Dus als zij in Lochem wonen en verlengde jeugdhulp ontvangen zijn die kosten voor gemeente Lochem.

De exacte financiële doorwerking wordt pas duidelijk als alle kinderen in beeld zijn bij de verantwoordelijk gemeente. De uitwisseling van deze gegevens staat gepland vanaf 1 juli 2021. De kans bestaat dat van een aantal kinderen de woonplaats niet te achterhalen is, waardoor de zorgkosten ook door de gemeente Lochem betaald moeten worden. Totdat exact duidelijk is welke kinderen onder de verantwoordelijkheid van Lochem vallen, werken we met onderstaande aannames. Deze aannames zijn op basis van de beschikbare CBS gegevens van 2019 en de zorgkosten van Lochem in 2020:

Omschrijving Aantallen/ bedragen
Aantal kinderen uit Lochem 15
Aantal kinderen waarvan woonplaats niet te traceren is 5
Totaal aantal kinderen 20
Gemiddelde zorgkosten per kind (€ 57.000)
Zorgkosten ( 20 x € 57.000) € 1.140.000
Kosten 18+ € 300.000
Aanname totaal zorgkosten € 1.440.000

De voorlopige conclusie is dat met de afname van de zorgkosten de korting van het Gemeentefonds nagenoeg wordt ondervangen. Gezien de marges in de aannames nemen we de invoering van het woonplaatsbeginsel Jeugdhulp nu budget neutraal op. Met het opstellen van de Begroting 2022 is naar verwachting meer bekend welke kinderen onder onze verantwoordelijkheid vallen. Eventuele aanpassing van de financiële effecten verwerken we dan.

Scherper begroten geeft structureel financiële ruimte in de begroting

Met de Begroting 2021 maakten we een pas op de plaats. Geen bezuinigingen, die het sociaal cement aantasten. De gemeenteraad besloot de uitkomst van de herverdeling van het Gemeentefonds af te wachten. De herverdeling van het gemeentefonds ontwikkelt zich vooralsnog positief. Onder andere daardoor zijn ingrijpende bezuinigingskeuzes voor nu niet nodig.

Wel keken wij naar de mogelijkheden om scherper te begroten. Vanuit het principe ‘scherp aan de wind zeilen’ keken wij welke budgetten verlaagd kunnen worden. Zonder dat dit effect heeft op de inhoudelijke uitvoering van taken. Deze werkwijze wordt mede ingegeven door de jaarlijks positieve saldi bij de jaarrekening.
Het scherper begroten leidt tot een structureel vrije ruimte van ruim 8 ton vanaf 2022. Zie bijlage 5 voor de cijfers en bijlage 5a voor een toelichting op de bezuinigingsvoorstellen. Voor 2021 resulteren de voorstellen in een begrotingsoverschot. Daardoor is het niet nodig om de voorgenomen onttrekking van € 483.000 aan de algemene reserve in stand te houden.

Uiteraard betekent scherper begroten dat de kans op budgetoverschrijdingen toeneemt. De keuze voor scherper begroten is daarmee een bewuste keuze voor meer financieel risico. Hier staat tegenover dat eventuele tegenvallers op de naar beneden bij te stellen budgetten weg kunnen vallen tegen meevallers elders in de begroting.
In de toelichting op de bezuinigingsvoorstellen lichten wij de risico’s toe. De financiële vertaling van de risico’s komt terug bij ons weerstandsvermogen.

De begroting passen wij aan met de overige financiële wijzigingen

Het financieel beeld werken wij ook bij met de actuele ontwikkelingen die geld kosten of opleveren. In bijlage 3 lichten wij deze toe. Het gaat om autonome ontwikkelingen die voldoen aan de drie O’s, onuitstelbaar, onvermijdelijk en onvoorzien. Twee wijzigingen betreffen investeringskredieten. Bij de Digitale Agenda gaat het om het herschikken van budgetten. De raad heeft namelijk bij de vaststelling van de Kadernota 2021 besloten om maximaal € 100.000 structureel beschikbaar te stellen voor nieuw beleid binnen de Digitale Agenda. Dit amendement maakt herprioritering van activiteiten, en dus herschikking van budgetten over de jaren, noodzakelijk. Voor de jaren 2021-2024 geldt dat de begrotingswijziging budgetneutraal is, saldi op het niveau van de afzonderlijke jaarschijf lopen via de algemene reserve. Uitzondering hierop is de vrijval van incidenteel budget in 2021. Bij ICT gaat het om de benodigde investeringen voor 2024 en 2025.
Besluitvorming leggen wij voor met beslispunt 3 in deze kadernota. We verwerken de financiële wijzigingen na vaststelling van de kadernota in de budgetten.

In eerdere begrotingen namen wij verschillende bezuinigingstaakstellingen op. Financieel zijn deze verwerkt. Om de haalbaarheid inzichtelijk te maken, lichten wij de voortgang toe. Bijlage 4 geeft inzicht in de voortgang. Veel maatregelen zijn gerealiseerd. In het overzicht zijn deze gemarkeerd met een vinkje . Voor dit moment zijn de maatregelen 1 Zwembaden, 22 Diverse subsidies en 27 Leges evenementen deels niet haalbaar. Dit is verwerkt in de financiële wijzigingen.

Wij blijven de algemene reserve meerjarig inzetten

Ons financieel beleid is er op gericht om de inzet van de Algemene Reserve voor het afdekken van begrotingstekorten te beperken. Uiteraard is de Algemene Reserve beschikbaar om tegenvallers in de begroting op te vangen. Dit geeft in de regel de tijd om tekorten in de begroting met structurele maatregelen op te vangen. Met de Begroting 2021 dekten wij de tekorten voor de jaren 2021 tot en met 2024 met een onttrekking aan de algemene reserve. Vooralsnog zijn de onttrekkingen, met uitzondering voor 2021, ook naar inschatting van nu nodig om de tekorten op te vangen. Of het daadwerkelijk nodig is, is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen rond het gemeentefonds en de extra rijksgelden voor het sociaal domein.

Voor 2021 stellen wij voor de onttrekking aan de algemene reserve van € 483.000 terug te draaien. Door bezuinigingsvoorstellen ontstaat een begrotingsoverschot en is de aanvulling vanuit de reserve niet meer nodig. Dit bedrag vloeit weer terug naar de algemene reserve.
Voor 2022 onttrekken wij € 439.000 aan de algemene reserve om het begrotingstekort op te lossen.

De gevolgen van de coronacrisis

In de Jaarrekening 2020 zijn de effecten van de coronacrisis op Lochem uitvoerig in beeld gebracht en is aangegeven wat we voor lokale ondernemingen, sport- en cultuurinstellingen hebben gedaan. Er is hierbij niet gestreefd naar volledigheid, maar naar het schetsen van een Lochems beeld op verschillende taakvelden. We houden de vinger aan de pols met betrekking tot de coronaeffecten voor de inwoners, bedrijven en organisaties. Waar nodig treffen we passende maatregelen.

Voor de gemeenten zijn vijf onderwerpen gekozen door de VNG met (grote) impact op de gemeentebegroting: overheidsfinanciën, belastingen, inkomensregelingen, Wmo/ Jeugdwet, sport en cultuur. Voor Lochem inventariseren wij de mogelijke ontwikkelingen.

Via de reguliere P&C documenten (o.a. de Bestuursrapportage 2021, Begroting 2022 en de Jaarrekening 2021) wordt verslag gedaan van onder andere eventuele extra ontvangen Rijks- of provinciale middelen. En over de getroffen maatregelen of de door ons genomen besluiten vanwege corona effecten en over de effecten voor Lochem van de hiervoor genoemde landelijke ontwikkelingen voor gemeenten. Tenslotte wordt via deze P&C documenten verslag gedaan van de mutaties betreffende de bestemmingsreserve corona.

Onze reservepositie en risicoprofiel

Voor de beoordeling van de financiën zijn ook de incidenteel beschikbare middelen van belang als wel het inzicht in de incidentele en structurele risico’s. Onze belangrijkste reserve is de Algemene Reserve. Met deze reserve zijn wij in staat om incidentele tegenvallers op te vangen. Onderstaand geven wij het meerjarig verloop van deze reserve. Daarna volgt een toelichting op het risicoprofiel.

Bedragen in €

Overzicht verloop algemene reserve 2016-2025

Stand 31-12-2015

        18.080.000

werkelijk

toevoeging

           1.565000

 

onttrekking

         -2.292.000

 

Stand 31-12-2016

        17.353.000

 werkelijk

toevoeging

           1.695.000

 

onttrekking

         -5.078.000

 

Stand 31-12-2017

        13.970.000

werkelijk

toevoeging

           7.245.000

 

onttrekking

         -4.367.000

 

Stand 31-12-2018

        16.848.000

werkelijk

toevoeging

           2.480.000

 

onttrekking

         -1.400.500

 

Stand 31-12-2019

        17.927.500

werkelijk

toevoeging

7.274.000  

onttrekking

-937.500  

Stand 31-12-2020

24.264.000 werkelijk

toevoeging

400.000  

onttrekking

-1.788.000  

Stand 31-12-2021

22.876.000 raming

toevoeging

453.000  

onttrekking

-2.265.000  

Stand 31-12-2022

21.064.000 raming

toevoeging

924.000  

onttrekking

-997.000  

Stand 31-12-2023

20.991.000 raming

toevoeging

 -  

onttrekking

-256.000  

Stand 31-12-2024

20.735.000 raming

toevoeging

-  

onttrekking

-  
Stand 31-12-2025 20.735.000 raming

*Het overzicht is inclusief de reservemutaties als gevolg van de raadsbesluiten t/m maart 2021, de werkelijke reservemutaties Jaarrekening 2020 en de geraamde reservemutaties Kadernota 2022.
Het overzicht is exclusief de reservemutaties als gevolg van het jaarrekeningresultaat 2020, de resultaatbestemming 2020 en de overheveling van restant budgetten 2020 naar 2021.

Risico's, weerstandsvermogen en reserves

De omvang van onze risico’s neemt af
Bij het uitvoeren van de gemeentelijke activiteiten houden wij rekening met de risico’s die wij als gemeente lopen. De risico’s brengen wij in beeld bij de documenten in onze planning & controlcyclus. Dit is onder meer van belang om een goede afweging te maken over de inzet van de algemene reserve.

Ten opzichte van de stand bij de Begroting 2021 neemt de omvang van de structurele risico’s af van € 3.077.700 naar € 1.750.800. Dit komt met name door de risico’s ‘Herverdeling Gemeentefonds’ en ‘Duurzaam beheer laanbomen buitengebied’ die we nu laten vervallen. Deze risico’s laten we vervallen op basis van de voorlopige uitkomsten van de herverdeling gemeentefonds en het nieuw beleid dat we opnemen in deze kadernota voor het duurzaam beheer laanbomen buitengebied.
De incidentele risico’s blijven nagenoeg gelijk met een bedrag van ruim € 2 miljoen.

In onderstaande tabel staat het overzicht van alle risico’s met de mogelijke financiële gevolgen. In bijlage 6 vindt u de toelichting op de risico’s.
De risicobeschrijvingen van de bezuinigingsvoorstellen in deze kadernota staan in bijlage 5a. Bij de bezuinigingsvoorstellen namen wij een “risico-inschatting” op. Op deze manier is het mogelijk een financieel beeld te geven van de risico’s die horen bij de bezuinigingsvoorstellen. In onderstaand overzicht nemen wij van de bezuinigingsvoorstellen alleen de structurele risico’s van € 10.000 (nettobedrag) en hoger op. Dit geldt ook voor de bezuinigingsvoorstellen met incidentele risico’s van € 25.000 (nettobedrag) en hoger. Deze ondergrens gebruiken we om praktische redenen, namelijk dat we alleen risico’s van voldoende omvang toelichten.

Overzicht risico's    Bruto bedrag  Kans  Nettobedrag 
Structureel
1 Aantal cliënten Ondersteuning Thuis bestaand            850.000 50%             425.000
2 Wijziging Woonplaatsbeginsel Jeugdhulp bestaand            500.000 50%             250.000
3 Kosten Wmo woningaanpassingen nieuw            290.000 70%             203.000
4 Toerekening uren investeringen/grondexploitaties bestaand            675.000 30%             202.500
5 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen bestaand            102.000 70%               71.400
6 Beoordeling van initiatieven grootschalige energie opwek bestaand              75.000 70%               52.500
7 Onbenutte ruimte BTW-compensatiefonds bestaand            100.000 50%               50.000
8 Jeugdhulp, extra middelen 2022 en verder bestaand            410.000 10%               41.000
9 Omgevingswet bestaand            370.000 10%               37.000
10 Toename kosten meldingen huiselijk geweld en kindermishandeling bestaand              30.000 70%               21.000
11 Scholenbouw Laren nieuw              30.000 70%               21.000
12 Herverdeling Gemeentefonds vervallen                    -   0%                     -  
13 Duurzaam beheer laanbomen buitengebied vervallen                    -   0%                     -  
14 Stijgende bouwkosten vervallen - 0%                     -  
15 Renterisico vervallen                    -   0%                     -  
16 Toename van inwoners met een uitkering bestaand            377.000 70%             263.900
  Subtotaal nettobedrag structurele risico's             1.638.300
  Afname uitgaven begeleiding WMO bezuinigingsvoorstel nr. 3            100.000 30%               30.000
  Huishoudelijke hulp bezuinigingsvoorstel nr. 4            100.000 30%               30.000
  Aframing Jeugdhulp PGB bezuinigingsvoorstel nr. 5            100.000 30%               30.000
  Aframing Bijzondere bijstand bezuinigingsvoorstel nr. 8              75.000 30%               22.500
  Totaal nettobedrag structurele risico's inclusief bezuinigingsvoorstellen kadernota 2022            1.750.800
Overzicht risico's   Bruto bedrag Kans Netto bedrag
Incidenteel
17 Grondexploitaties bestaand                 840.000
18 Opheffen onbewaakte spoorwegovergangen                          bestaand            550.000 50%             275.000
19 Jeugdhulp schadeclaim zorgaanbieder  nieuw            350.000 70%             245.000
20 Garanties bestaand            218.000 50%             109.000
21 Plus OV bestaand            130.000 50%               65.000
22 Afwikkeling GR Delta vervallen   0%                     -  
23 Claim leverancier hulpmiddelen vervallen   0%                     -  
24 Toename van inwoners met een uitkering bestaand            380.000 70%             266.000
25 Oninbare belastingopbrengsten bestaand            490.000 50%             245.000
26 Toeristenbelasting bestaand                                               52.000 50%               26.000
  Totaal nettobedrag incidentele risico's inclusief bezuinigingsvoorstellen kadernota 2022     2.071.000


Om makkelijk te beoordelen en vergelijken werken wij met een ratio weerstandsvermogen

Dit is een getal dat weergeeft of wij voldoende financiële reserve hebben om risico’s op te vangen. Wij maken onderscheid in structureel en incidenteel. Bij de structurele ratio delen we de onbenutte belastingcapaciteit door de som van de structurele risico’s. De onbenutte belastingcapaciteit en het bedrag voor onvoorzien is € 5.798.000. Bij de incidentele ratio delen we het vrij besteedbaar deel van de algemene reserve door de som van de incidentele risico’s. Onderstaand geven wij de berekening van de ratio:

Ratio structureel weerstandvermogen:

5.798.000 = 3,3
1.750.800

Ratio incidenteel weerstandsvermogen:
20.735.000 = 10,0
2.071.000


Ons weerstandsvermogen is uitstekend
Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen, gebruiken wij de volgende beoordelingstabel:

Beoordelingstabel weerstandsvermogen

Schaal

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Bron: De beoordelingstabel weerstandsvermogen is opgesteld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR).

Ten opzichte van de Begroting 2021 stijgt het ratio voor het structurele weerstandsvermogen van 1,9 naar 3,3. Ten opzichte van de Jaarrekening 2020 daalt het ratio van 3,5 naar 3,3. Het ratio valt in schaal A en is daarmee uitstekend. De herverdeling van het gemeentefonds door het Rijk (zie risico’s) blijft onzeker. De voorlopige uitkomst was positief, maar er volgt een aangepast verdeelvoorstel. Op basis van de voorlopige uitkomsten schatten we dit risico nu in op nihil, wat er voor zorgt dat het structurele weerstandsvermogen toeneemt.
Doordat we nu in de kadernota ook de risico’s bij de bezuinigingsvoorstellen vertalen, neemt het ratio af ten opzichte van de Jaarrekening 2020.

Ten opzichte van de Begroting 2021 neemt het ratio voor het incidentele weerstandsvermogen toe van 9,0 naar 10,0. Ten opzichte van de Jaarrekening 2020 blijft het ratio gelijk. Ook nu valt deze ruim in schaal A en is daarmee uitstekend.

Tegenover een afname van de risico’s, staat een toename van de algemene reserve doordat bij de Jaarrekening 2020 er minder is onttrokken dan geraamd. Onze reservepositie is uitstekend.

De beoordeling van het ratio weerstandsvermogen is een momentopname. Op dit moment zijn het jaarrekeningresultaat 2020 en de overheveling van de restant budgetten van 2020 naar 2021 nog in bewerking. Deze zitten daarom niet in de stand van de algemene reserve.


Naast de algemene reserve hebben we ook nog bestemmingsreserves
Jaarlijks bij de kadernota nemen wij een meerjarig overzicht van alle reserves op als bijlage. Daarbij geven we aan welke geraamde incidentele (I) en structurele (S) toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves er zijn.
In bijlage 8 nemen we dit overzicht op. Het overzicht is inclusief de reservemutaties als gevolg van de raadsbesluiten t/m maart 2021, de werkelijke reservemutaties jaarrekening 2020 en de geraamde reservemutaties kadernota 2022.
Het overzicht is exclusief de reservemutaties als gevolg van het jaarrekeningresultaat 2020, de resultaatbestemming 2020 en de overheveling van restant budgetten 2020 naar 2021.

Beslispunt 2:
Instemmen met het budget neutraal verwerken in de begroting van het woonplaatsbeginsel Jeugdwet.

Beslispunt 3:
Instemmen met het bijstellen van de begroting met alle incidentele en structurele financiële mutaties uit bijlage 3 van de Kadernota 2022. 

Inclusief het laten vervallen van de volgende kredieten; Digitale Agenda: bedragen in €
a. 2019 krediet 112.000
b. 2020 deel krediet 20.500
c. 2021 deel krediet 47.500
d. 2022 deel krediet 45.000
En het beschikbaar stellen van de volgende ICT-kredieten:
e. Hardware 2024 35.000
f. Switches 2024 15.000
g. Smartphones 2025 120.000
h. Hardware 2025 5.000
I. Switches 2025 15.000


Beslispunt 4:

Instemmen met de bezuinigingsvoorstellen voor 2021 en verder en de structurele gevolgen verwerken in de budgetten. Het gaat om de volgende voorstellen:

bedragen in €
Overzicht bezuinigingsvoorstellen 2021
Nr. Progr. Taakstellingen I/S 2021 2022 2023 2024 2025
1 0 Wettelijk verplichte budget 'onvoorzien' naar minimum S 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000
2 0 Budget te betalen vennootschapsbelasting laten vervallen S 81.000 81.000 81.000 81.000 81.000
3 6 Afname uitgaven begeleiding WMO S 100.000 100.000 100.000 100.000 100.000
4 6 Huishoudelijke hulp S 100.000 90.000 85.000 85.000 85.000
5 6 Jeugdhulp PGB S 100.000 100.000 100.000 100.000 100.000
6 6 Jeugdhulp uitvoeringskosten S 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000
7 6 BUIG I/S 728.000 348.000 348.000 348.000 348.000
8 6 Bijzondere bijstand S 75.000 75.000 75.000 75.000 75.000
9 7 Innovatiebudget route naar klimaatneutraliteit S 0 20.000 20.000 20.000 20.000
Totaal 1.214.000 844.000 839.000 839.000 839.000


Beslispunt 5:
Instemmen met:
a. de onttrekking van een bedrag van € 439.000 aan de algemene reserve ter dekking van het begrotingstekort 2022.
b. het opheffen van de onttrekking aan de Algemene Reserve van € 483.000 voor het verwachte begrotingstekort 2021, zoals besloten bij de Begroting 2021.