Voor de Begroting 2025 voldoen wij aan de eisen van het financieel toezicht. Maar de tekorten vanaf 2026 moeten met de volgende Kadernota 2026 worden opgelost. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is namens alle gemeenten met het Rijk in overleg over de hoogte van de financiële bijdrage van het Rijk. Om zo als 1 overheid de grote maatschappelijke opgaven in gezamenlijkheid op te pakken. Als bij de mei- en/of septembercirculaire van dit jaar er geen hogere bijdrage volgt, dan moeten wij zelf komen met maatregelen om de tekorten vanaf 2026 op te lossen . Hiervoor hebben we tijd, maar deze hebben we dan ook nodig om tot gedegen voorstellen te komen. In voorbereiding op de Kadernota 2026 pakken wij dit op. In ons coalitieakkoord en collegeprogramma gaven we aan om waar nodig onze reservepositie in te zetten. We kijken daarbij naar waar deze voor bedoeld zijn: deels om achter de hand te houden om tegenvallers op te vangen, maar vooral ook om investeringen te doen. Daarmee kunnen we financieel rendement, maar bovenal structureel maatschappelijk rendement voor onze inwoners, ondernemers en hun woon- en werkomgeving bewerkstelligen.
Vanuit die lijn stellen wij in deze kadernota voor om nieuwe substantiële incidentele investeringen uit de algemene reserve te halen. Dit betreffen uitgaven vanaf € 200.000. Uitgaven onder dit bedrag komen, vanwege administratief technische reden, ten laste van de begroting.
Uitgaven ten laste van de Algemene Reserve:
Vorming voorziening groot onderhoud wegen € 2.600.000 (2025)
Vorming voorziening groot onderhoud kunstwerken € 200.000 (2025)
Aanvulling bestemmingsreserve sportvoorzieningen € 500.000 (2025)
Incidenteel budget organisatieontwikkeling € 360.000 (2025) en € 295.000 (2026)
Incidenteel budget sturen op arbeidskosten € 500.000 (2005) en € 500.000 (2026)
En hoe nu verder richting de Begroting 2025?
Zoals aangegeven volgt dit jaar nog tweemaal een herziene opgave van het geld dat we van het Rijk ontvangen. De VNG maakt zich namens de gemeenten hard voor herstel van de financiële verhoudingen. Medio april maakte de VNG hierover de eerste afspraken met het Rijk. Het demissionaire kabinet nam de volgende punten op in de Voorjaarsnota:
• De oploop van de opschalingskorting van € 675 miljoen (landelijk) wordt structureel geschrapt.
• Rechtvaardige risicoverdeling Wmo door heldere afspraken over objectieve indexering en aparte fondsvorming
• Indexering zorgkosten
• Een opschoonactie voor specifieke uitkeringen.
Het kabinet vraagt hiervoor wel een prijs: in 2025 wordt het gemeentefonds eenmalig € 675 miljoen lager vastgesteld. Het uiteindelijke totaaleffect wordt zichtbaar met de meicirculaire, deze wachten wij af. De meicirculaire vormt samen met onze Bestuursrapportage 2024 de financiële basis voor de Begroting 2025. De voorliggende Kadernota 2025 is de (beleids)inhoudelijke input voor de begroting.
En hoe nu verder richting de Kadernota 2026?
Op basis van het meerjarenbeeld na de septembercirculaire 2024 bepalen we of alternatieve maatregelen nodig zijn richting de Kadernota 2026. Door te wachten op de septembercirculaire 2024 willen we mogelijke onomkeerbare keuzes die ten koste gaan van de Lochemse gemeenschap voorkomen. Maar blijkt er sprake van aanhoudende financiële tegenwind, dan gaan we de nodige voorbereidingen treffen. Dit sluit aan bij het begrotingsadvies van de VNG: ‘Prepare for the worst, hope for the best’. Het is verstandig om na te denken over maatregelen, tegelijkertijd willen we voorkomen dat gemeenten te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen in gang zetten. Bereid ombuigingen voor, breng deze zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang.
Als een traject van bezuinigen aan de orde is, start in november dit jaar het proces met de voorbereidingen. Vanaf januari tot april volgend jaar moet het inhoudelijke gesprek over de keuzes gevoerd worden. Het traject is erop gericht om de gemeenteraad voldoende ombuigingspotentieel mee te geven om keuzes te kunnen maken. De sturingsmogelijkheden die we bij het vervolgtraject kunnen betrekken zijn bijvoorbeeld:
- Versoberen van beleid en uitvoering
- Financiële ruimte binnen de programma’s zoeken
- Nieuw voor oud / taken niet meer doen, andere keuzes maken
- Inkomsten verhogen
Verder kijken we naar de mogelijkheden om als dit nodig blijkt de algemene reserve in te zetten om de begroting in evenwicht te krijgen. Dit kan zijn door inzet van de algemene reserve ter dekking van een begrotingstekort of voor de structurele dekking van kapitaallasten.
Inzet algemene reserve als (gedeeltelijke) dekking voor een begrotingstekort
Vanaf 2024 zijn de regels aangepast. Voor het inzetten van de algemene reserve als structurele dekking bij een begrotingstekort zijn onderstaande kaders afgesproken:
- Alleen het deel waar geen bestemming aan is gegeven kan worden ingezet, het gaat om vrije reserves.
- Het deel dat nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit) kan niet worden ingezet.
- Van het deel waar geen bestemming aan is gegeven en niet dient ter dekking van risico’s, kan jaarlijks maximaal 10% ingezet worden ter dekking van structurele exploitatielasten.
- De solvabiliteit dient groter of gelijk aan 20% te blijven.
- Het weerstandsvermogen dient naar het oordeel van de toezichthouder voldoende te zijn. Dit houdt in dat er een adequate risico-inventarisatie moet zijn.
- In de Nota reserves en voorzieningen 2019 is vastgelegd dat de minimale hoogte van de Algemene Reserve 1x de hoogte is van het nettobedrag aan incidentele risico’s (stand jaarrekening 2023 € 2,0 miljoen), maar tenminste € 3 miljoen bedraagt.
Onderstaand de financiële uitwerking (op basis van de stand Jaarrekening 2023).
Let op: Deze reeks wijzigt als de Algemene Reserve ook wordt gebruikt voor dekking van (nieuwe) investeringen. Zoals voorgesteld in deze kadernota, waarover besluitvorming nog moet plaatsvinden.