Hoofdstuk 3 Financieel kader

Gemeenten zitten momenteel financieel in een onzekere situatie. Het vorige kabinet schoof verschillende besluiten voor zich uit. Besluiten over (de afschaffing van) de opschalingskorting, de uitspraken van de arbitragecommissie rond de Jeugdzorg, het verplicht gestelde WMO-abonnementstarief en een besluit over de daadwerkelijke effecten en het moment van invoering van de herijking van het Gemeentefonds.
Vervolgens verscheen het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. In zijn algemeenheid is zichtbaar dat het kabinet verder doorzet op de eerder ingezette lijn van fondsen en incidentele financiering, specifiek gericht op de regeerperiode van het kabinet zelf (2022-2025). Dit staat op gespannen voet met de eis van een meerjarig sluitende begroting waar gemeenten jaarlijks aan moeten voldoen. Voor de eerste jaren tot en met 2025 lijkt het regeerakkoord meer bestedingsruimte te bieden. Voor die jaren is de opschalingskorting bevroren. En is sprake van een hoger accres op basis van de indicatieve bedragen uit de startnota. Maar dat kan nog gaan schuiven bij de meicirculaire van het Gemeentefonds.

Voor 2026 wordt de financiële ruimte minder gunstig. Zo wordt vanaf 2026 de opschalingskorting opnieuw doorgevoerd. En neemt het accres van de algemene uitkering fors af als gevolg van het eenzijdig stopzetten van de normeringssystematiek (samen ‘trap op – trap af’). Daarbij gaat onderzocht worden of een vergroting van het lokaal belastinggebied vanaf 2026 een alternatief kan zijn.
De VNG uitte op meerdere momenten haar zorgen over de financiële situatie van gemeenten. Met als gevolg dat gemeenten niet meer in staat zijn hun bijdrage te leveren aan het oplossen van maatschappelijke problemen voor hun inwoners. Inwoners die bijvoorbeeld te maken krijgen met zaken als krapte op de huizenmarkt, een (kostbare) omschakeling naar andere energievormen, oplopende inflatie en een steeds krapper voorzieningenniveau.
Op dit moment (begin mei) is een extern procesbegeleider benoemd om in een contourennota oplossingen aan te dragen voor een meer stabiele financieringssystematiek.

De uitkomst van de meicirculaire van het Gemeentefonds is het eerstvolgende moment dat bepalend is voor ons toekomstig financieel kader. Op het moment van opstellen van de Kadernota 2023 is de meicirculaire nog niet verschenen. Wij verwachten deze eind mei. Wij informeren de gemeenteraad met een afzonderlijk memo over de uitkomst. Ook om reden van hiervoor geschetste onzekerheden beperkt de Kadernota 2023 zich tot het onvermijdelijk nieuw beleid en de financiële gevolgen van de continuering van de bedrijfsvoering.
De meicirculaire betrekken wij bij het opstellen van de Begroting 2023. Naar verwachting is met de meicirculaire ook meer bekend over het financieel resultaat van de herijking van het Gemeentefonds. Dit zou voor Lochem voorlopig een structureel voordeel van circa € 7 ton per jaar betekenen. Dit resultaat wijzigt nog vanwege de actualisatie van landelijke cijfers. Voor de invoering geldt een ingroeipad, het eerste jaar is het resultaat gemaximeerd op € 7,50 per inwoner, daarna € 15 per inwoner.
Een ander onderwerp waar de meicirculaire meer inzicht geeft, is de ontwikkelingen in de prijs- en loonindexatie. Met deze kadernota verwerken we de indexatie van de stelpost lonen en prijzen op basis van de septembercirculaire. Bij het opstellen van de Begroting 2023 actualiseren we deze op basis van de meeste recente rijksinformatie in de meicirculaire.

Het financieel vooruitzicht is voor 2023 structureel sluitend
Deze kadernota geeft inzicht in wat nu beschikbaar is aan geld en laat zien wat nodig is aan activiteiten. Dit zijn de onvermijdelijke activiteiten nieuw beleid (Hoofdstuk 1) en de onvermijdelijke bijstellingen ter continuering van de bedrijfsvoering (bijlage 1). Daarmee is de kadernota, in afwachting van het nieuwe coalitieakkoord, beperkt in het nieuw beleid. Bij het opstellen van de Begroting 2023 betrekken wij het nieuw beleid uit het coalitieakkoord en de ontwikkelingen (Hoofdstuk 2) in de integrale afweging.

Het jaar 2023 is structureel sluitend. Dat wil zeggen dat daar de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten. Op basis van de wettelijke voorschriften moet minimaal de begroting voor het volgende jaar (2023) structureel in evenwicht zijn. Met de huidige doorkijk in deze kadernota voldoen wij daaraan. De Provincie Gelderland betrekt ook de status van de taakstellingen bij het financieel toezicht. Met deze kadernota geven wij een update van de taakstellingen.
Vanaf 2024 zijn er tekorten. Dit wordt inzichtelijk door de saldi exclusief de incidentele baten en lasten. Hiermee blijven de structurele lasten en baten over. De financiële doorkijk laat zien dat voor de jaren 2024 – 2026 de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten.
Het meerjarenoverzicht met de incidentele baten en lasten ziet u in bijlage 3.

Voortgang taakstellingen lichten wij toe
In eerdere begrotingen namen wij verschillende taakstellingen op. Financieel zijn deze verwerkt. Om de haalbaarheid inzichtelijk te maken, lichten wij de inhoudelijke voortgang toe. Bijlage 2 geeft inzicht in de voortgang. De maatregelen die inhoudelijk zijn gerealiseerd, markeren wij met een vinkje. Deze taakstellingen nemen we een volgende keer niet meer op in de het voortgangsoverzicht.

De financiële positie na verwerking van de activiteiten nieuw beleid en de financiële mutaties voor de continuering van de bedrijfsvoering in deze kadernota ziet er zo uit:

 

 

bedragen x € - = nadeel
2022 2023 2024 2025 2026
Saldo -1.898.000 -673.000 -293.000 704.000
Moties en amendementen Kadernota 2022 -40.000 -10.000 260.000 260.000
-1.938.000 -683.000 -33.000 964.000
Onttrekkingen aan Algemene Reserve voor dekking begrotingstekort:
Begroting 2021 1.459.000 827.000 278.000
Kadernota 2022 439.000
Saldo Kadernota 2022 na moties en amendementen -40.000 144.000 245.000 964.000
Bestuursrapportage 2021 1.160.000 405.000 2.000 -722.000
Saldo 1.120.000 549.000 247.000 242.000 242.000
Aanvullend nieuw beleid -241.000 -75.000 -115.000 -115.000 -115.000
Terugdraaien onttrekking AR voor dekking begrotingstekort -439.000 - - - -
Moties en amendementen Begroting 2022 -170.000 -100.000 - - -
Saldo Begroting 2022 (na moties en amendementen) 270.000 374.000 132.000 127.000 127.000
Besluiten gemeenteraad met financiële gevolgen:
Raadsvergadering 29-11-2021:
Aanvullend krediet nieuwbouw scholen Laren 249.000 249.000 -72.000 -72.000
Raadsvergadering 31-1-2022:
Extra capaciteit voor invoering omgevingswet -162.000 -216.000 -216.000 -216.000 -216.000
Openbare toiletvoorziening voor mindervaliden Stadshuus -3.000 -3.000 -3.000 -3.000
Raadsvergadering 14-2-2022:
Ontwerp herinrichting openbare ruimte Markt Lochem -6.000 -6.000 -6.000 -6.000
Tablets beschikbaar stellen raadsperiode 2022-2026 -15.000 -15.000 -15.000 -15.000
108.000 383.000 141.000 -185.000 -185.000
Kadernota 2023:
Activiteiten nieuw beleid (hoofdstuk 1) -309.000 -479.000 -475.000 -433.000 -685.000
Financiële mutaties (bijlage 1) 1.283.000 230.000 97.000 235.000 527.000
Saldo Kadernota 2023 1.082.000 134.000 -237.000 -383.000 -343.000
Saldo van incidentele baten en lasten 479.000 -69.000 -31.000 127.000 105.000
Structureel begrotingssaldo 1.561.000 65.000 -268.000 -256.000 -238.000

Wij blijven de algemene reserve meerjarig inzetten

Ons financieel beleid is er op gericht om de inzet van de algemene reserve voor het afdekken van begrotingstekorten te beperken. Uiteraard is de algemene reserve beschikbaar om tegenvallers in de begroting op te vangen. Dit geeft in de regel de tijd om tekorten met structurele maatregelen op te vangen. Voor de jaren 2022 tot en met 2024 dekten wij de tekorten met een onttrekking aan de algemene reserve. Deze onttrekkingen zij nu nog steeds nodig om de incidentele tekorten op te vangen.

Bijlage 4 geeft het meerjarig overzicht van alle verwachte toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserve en onze bestemmingsreserves.

Beslispunten hoofdstuk 3

Beslispunt 3: 
Instemmen met:
a.     het bijstellen van de begroting met alle incidentele en structurele financiële wijzigingen uit bijlage 1.

b.    het wijzigen afschrijvingstermijn ondergrondse containers van 15 jaar naar 10 jaar

c.     het beschikbaar stellen van de volgende ICT kredieten met betrekking tot de nieuwe jaarschijf 2026:

- Hardware 2026 - krediet € 400.000

- Switches 2026 - krediet € 25.000

Beslispunt 4:

Kennisnemen van de voortgang invulling taakstellingen (bijlage 2).